Antiquiteiten worden apart genoemd in de regeling. De vraag die handelaars vaker doet struikelen is een andere: hoeveel mag je eraan opknappen?
Antiek valt onder de margeregeling — tot je het te grondig laat herstellen.
Antiquiteiten vallen onder de margeregeling. Een gerenoveerd goed staat er wél buiten, en dat is bij antiek de grens die telt.
Antiek is de kern van deze regeling. De FOD Financiën noemt antiquiteiten met naam, naast gebruikte goederen, kunstvoorwerpen en voorwerpen voor verzamelingen.
Waar het bij antiek wél spannend wordt, is de werkbank. Tussen een stuk oppoetsen en een stuk opnieuw opbouwen ligt een grens die de btw-behandeling omkeert — en die grens staat niet in jaren uitgedrukt.
De omschrijving van de FOD draait om hergebruik: een lichamelijk roerend goed dat, al dan niet na herstelling, opnieuw gebruikt kan worden. Een commode uit 1890 die je van een erfgenaam koopt en doorverkoopt, past daar zonder discussie in.
Het woord herstelling staat er bewust bij. Repareren haalt een stuk niet uit de regeling. De uitsluitingslijst spreekt over gerenoveerde goederen, en dat is iets anders dan een herstelling.
“Gebruikte goederen zijn lichamelijke roerende goederen die in aanmerking komen om al dan niet na herstelling opnieuw gebruikt te worden.” Uitgesloten zijn onder meer nieuwe goederen, edele metalen, edelstenen en parels, gerenoveerde goederen, goederen die verbruikt worden bij een eerste gebruik, en goederen die niet opnieuw in dezelfde staat gebruikt kunnen worden.
Dat is de hele toets, en het is een toets over het góéd — niet over de branche waarin je zit. Naast gebruikte goederen noemt de FOD op dezelfde pagina uitdrukkelijk kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen, antiquiteiten en tweedehandse vervoermiddelen. De regeling staat in artikel 58, § 4 van het Btw-Wetboek en is uitgewerkt in koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994.
Het voorbeeld staat op een eiken commode: gekocht voor €450,00, verkocht voor €950,00. Zet er je eigen bedragen in.
Verkocht met verlies: op dit stuk is er geen marge en dus geen btw. In België drukt een verlies je marge over het jaar: in de tussentijdvakken trek je alle aankopen van het tijdvak af, verkocht of niet; in het laatste tijdvak reken je met de aankoopprijzen van wat je verkocht (KB nr. 53, art. 3).
De btw zit ín de marge, niet erbovenop. Dat is de fout die deze rekenhulp probeert te voorkomen: 21% óp de marge van dit voorbeeld (€500) is €105,00, terwijl je €86,78 verschuldigd bent (500 × 21/121). Hoe je dat over een heel aangiftetijdvak doet — en waarom Frankrijk wettelijk per stuk rekent — staat in Hoe bereken je margeBTW?
De FOD sluit gerenoveerde goederen uit, en ook goederen die zo bewerkt zijn dat je bij de verkoop niet meer kunt vaststellen dat het om hetzelfde stuk gaat als bij de aankoop. Dat is bij antiek de enige grens die je in de praktijk raakt.
Wat je dus wil kunnen aantonen, is de lijn tussen herstellen en heropbouwen: een scharnier vervangen, een blad opnieuw in de was zetten, een poot lijmen. Zodra een stuk in de verkoop staat met nieuw fineer, nieuwe stoffering en nieuwe onderdelen, is de vraag terecht of de koper nog hetzelfde goed koopt.
Een tweede geval dat je bij antiek tegenkomt: onderdelen die je uit een onherstelbaar stuk haalt om los te verkopen. Goederen die niet meer in dezelfde staat gebruikt kunnen worden, staan uitdrukkelijk op de uitsluitingslijst.
Of antiek onder de regeling vallen, volgt in België, Nederland en Frankrijk uit dezelfde Europese btw-richtlijn (2006/112/EG). Het Verenigd Koninkrijk valt daarbuiten en heeft een eigen regeling (VAT Act 1994, sectie 50A). Elk land legt de regels zelf uit; waar dat voor antiek verschil maakt, staat het op deze pagina. Het tarief en de rekenmethode verschillen altijd.
Marge over het hele aangiftetijdvak. Artikel 58, § 4 W.btw en KB nr. 53.
Standaard per tijdvak (globalisatie, Uitvoeringsbesluit OB 1968, art. 4c lid 1). Afmelden kan schriftelijk bij de inspecteur, voor minstens vijf jaar.
Wettelijk per stuk, maar globalisatie per periode mag, zonder voorafgaande keuze. CGI art. 297 A; BOFiP § 260.
Eigen regeling van HMRC, los van de EU. Onder de registratiedrempel draag je niets af.
De marge is verkoopprijs min aankoopprijs. De uren en het materiaal die je erin steekt, verlagen je marge niet — ze verlagen je winst, en dat is niet hetzelfde.
Koop je van een particulier, dan is er geen factuur. Volgens de FOD Financiën kan je zonder bewijs van je aankoopprijs geen marge vaststellen; dan wordt de volle verkoopprijs belast.
De uitsluiting van gerenoveerde goederen is geen formaliteit. Wie een stuk volledig opnieuw opbouwt en toch onder de marge factureert, neemt dat risico bewust.
De FOD vraagt een aparte boekhouding voor margeverkopen, of minstens aparte kolommen. Dat is geen advies maar een voorwaarde.
Dit is uitleg, geen belastingadvies. Of de margeregeling in jouw geval de beste keuze is, en hoe je ze in je aangifte verwerkt, leg je voor aan je boekhouder.
Ja. De FOD Financiën noemt antiquiteiten uitdrukkelijk als goederen waarop de regeling van belastingheffing over de marge van toepassing is, naast gebruikte goederen, kunstvoorwerpen en voorwerpen voor verzamelingen. De grondslag is artikel 58, § 4 van het Btw-Wetboek en koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994.
Herstellen mag: de omschrijving van een gebruikt goed spreekt zelf over goederen die “al dan niet na herstelling” opnieuw gebruikt kunnen worden. Renoveren niet: gerenoveerde goederen staan op de uitsluitingslijst van de FOD, net als goederen die zo bewerkt zijn dat ze bij de verkoop niet meer als hetzelfde stuk te herkennen zijn.
Nee. De marge is het verschil tussen de verkoopprijs die je vraagt en de aankoopprijs die je betaald hebt aan je leverancier. Wat je aan uren, materiaal of transport uitgeeft, staat daarbuiten.
In België €86,78. De marge is €500 en de btw zit daarin: €500 × 21/121. Hetzelfde stuk in Frankrijk komt op €83,33 uit, want daar geldt 20%.
Dezelfde vraag, een ander soort stuk. Het antwoord verschilt vaker dan je zou denken.
Elk stuk krijgt zijn eigen aankoopprijs, verkoopprijs en regeling. Vintro Pro houdt de margestukken apart van de rest, en rekent je marge per aangiftetijdvak uit.
30 dagen gratis, zonder kaartnummer.