Tweedehandse vervoermiddelen worden apart genoemd in de regeling. Bij fietsen ligt de vraag bij de werkplaats, niet bij de verkoop.
Een tweedehands fiets is een margegoed — zolang het dezelfde fiets blijft.
Tweedehands fietsen vallen onder de margeregeling. Een fiets die je uit losse onderdelen opbouwt, valt erbuiten.
De FOD Financiën noemt tweedehandse vervoermiddelen apart in de regeling, met auto's, moto's, caravans, boten en vliegtuigen erbij. Een fiets is er daar één van.
De vraag die er bij fietsen echt toe doet, komt uit de werkplaats. Een tweedehandsfietsenzaak koopt vaak in bulk, sloopt een deel voor onderdelen en zet daar andere fietsen mee weer op de weg.
Een fiets die je van een particulier koopt, opknapt en doorverkoopt, is een gebruikt goed dat na herstelling opnieuw gebruikt kan worden. Dat is precies de omschrijving die de FOD hanteert.
Een remblok, een ketting of een nieuwe band verandert daar niets aan. Herstellen staat met zoveel woorden in de omschrijving van een gebruikt goed.
“Gebruikte goederen zijn lichamelijke roerende goederen die in aanmerking komen om al dan niet na herstelling opnieuw gebruikt te worden.” Uitgesloten zijn onder meer nieuwe goederen, edele metalen, edelstenen en parels, gerenoveerde goederen, goederen die verbruikt worden bij een eerste gebruik, en goederen die niet opnieuw in dezelfde staat gebruikt kunnen worden.
Dat is de hele toets, en het is een toets over het góéd — niet over de branche waarin je zit. Naast gebruikte goederen noemt de FOD op dezelfde pagina uitdrukkelijk kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen, antiquiteiten en tweedehandse vervoermiddelen. De regeling staat in artikel 58, § 4 van het Btw-Wetboek en is uitgewerkt in koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994.
Het voorbeeld staat op een opgeknapte stadsfiets: gekocht voor €60,00, verkocht voor €210,00. Zet er je eigen bedragen in.
Verkocht met verlies: er is geen marge, en dus geen af te dragen btw. Een negatieve marge geeft je ook niets terug.
De btw zit ín de marge, niet erbovenop. Dat is de fout die deze rekenhulp probeert te voorkomen: 21% óp een marge van €400 is €84, terwijl je €69,42 verschuldigd bent. Hoe je dat over een heel aangiftetijdvak doet — en waarom Frankrijk wettelijk per stuk rekent — staat in Hoe bereken je margeBTW?
Twee posten op de uitsluitingslijst raken deze branche rechtstreeks. Goederen die niet meer in dezelfde staat gebruikt kunnen worden — goederen buiten gebruik — horen niet in de regeling. Een fiets die je koopt om te slopen, koop je niet als fiets.
En een goed dat zo bewerkt is dat je bij de verkoop niet meer kunt vaststellen dat het om hetzelfde stuk gaat, valt er ook buiten. Een fiets die je uit drie kadavers opbouwt, is niet meer de fiets die je gekocht hebt.
Elektrische fietsen volgen dezelfde regel als gewone. Een nieuwe accu die je apart aankoopt en apart doorverkoopt, is wél een nieuw goed.
De vraag of fietsen onder de regeling vallen, wordt in de vier landen op dezelfde manier beantwoord: het is Europees recht. Het tarief en de rekenmethode niet.
Marge over het hele aangiftetijdvak. Artikel 58, § 4 W.btw en KB nr. 53.
Globalisatieregeling of individuele methode. Wet OB 1968, artikel 28b e.v.
Wettelijk per stuk. Globalisatie is er een optie, geen basisregel. CGI art. 297 A.
Eigen regeling van HMRC, los van de EU. Onder de registratiedrempel draag je niets af.
Onderdelen uit een gesloopte fiets zijn geen tweedehands fiets meer. Goederen buiten gebruik staan op de uitsluitingslijst.
De marge is verkoopprijs min aankoopprijs. Een nieuwe ketting van €18 verlaagt je marge niet.
Bij een partij van tien fietsen voor één bedrag moet je die verdeling kunnen tonen. KB nr. 53 vraagt registers, geen schattingen achteraf.
Een fiets die uit losse onderdelen ontstaat, is niet hetzelfde goed dat je hebt ingekocht — en dus geen margegoed.
Geschreven op 8 september 2026. De regeling zelf, de omschrijving van een gebruikt goed en de uitsluitingen zijn nagemeten op 8 september 2026 bij de FOD Financiën, Regeling van belastingheffing over de marge, die artikel 58, § 4 van het Btw-Wetboek en KB nr. 53 van 23 december 1994 als grondslag noemt. Sinds 1 januari 2026 sluit de wet van 19 december 2025 de margeregeling uit voor goederen die je met een verlaagd tarief aangekocht hebt — toegelicht in circulaire 2026/C/14 van 13 januari 2026, nagemeten via eur-lex.europa.eu op 31 augustus 2026. De FOD heeft haar eigen pagina daar nog niet op aangepast — opnieuw nagemeten op 10 september 2026. Vindt je boekhouder er niets over terug, dan is dat de reden.
Dit is uitleg, geen belastingadvies. Of de margeregeling in jouw geval de beste keuze is, en hoe je ze in je aangifte verwerkt, leg je voor aan je boekhouder.
Ja. De FOD Financiën noemt tweedehandse vervoermiddelen uitdrukkelijk als goederen waarop de regeling van belastingheffing over de marge van toepassing is. Een gebruikte fiets die opnieuw gebruikt kan worden, al dan niet na herstelling, valt daaronder. De grondslag is artikel 58, § 4 van het Btw-Wetboek en koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994.
Ja. De omschrijving van een gebruikt goed spreekt zelf over goederen die al dan niet na herstelling opnieuw gebruikt kunnen worden. Nieuwe banden, een nieuwe ketting of nieuwe remblokken halen de fiets niet uit de regeling.
Die valt erbuiten. De FOD sluit goederen uit die zo bewerkt zijn dat bij de verkoop niet meer vast te stellen is dat het om hetzelfde goed gaat als bij de aankoop, en goederen die niet meer in dezelfde staat gebruikt kunnen worden.
In België €26,03. De marge is €150, en €150 × 21/121 geeft €26,03. In Nederland kom je op hetzelfde bedrag uit, in Frankrijk op €25,00.
Dezelfde vraag, een ander soort stuk. Het antwoord verschilt vaker dan je zou denken.
Elk stuk krijgt zijn eigen aankoopprijs, verkoopprijs en regeling. Vintro Pro houdt de margestukken apart van de rest, en rekent je marge per aangiftetijdvak uit.
Gratis tot 10 stukken, zonder kaartnummer en zonder einddatum.