Het meest voorkomende margestuk in het land. Toch loopt precies hier de grens die de meeste handelaars over het hoofd zien.
Tweedehands meubelen zijn het schoolvoorbeeld van een margegoed.
Tweedehands meubelen vallen onder de margeregeling. Een grondige herstoffering of heropbouw kan het stuk er wel uit halen.
Een tweedehands kast, tafel of stoel is een lichamelijk roerend goed dat opnieuw gebruikt kan worden. Daarmee is de toets van de FOD Financiën in één zin doorlopen.
Wat meubelen apart maakt van bijvoorbeeld boeken, is dat er vaak werk aan gebeurt voor ze weer in de etalage staan. En dat is precies waar de uitsluitingslijst iets over zegt.
Koop je van een particulier, uit een boedel of van een collega die zelf onder de marge werkt, dan krijg je geen aftrekbare btw mee. De margeregeling is voor die situatie gemaakt.
De leeftijd van het meubel doet er niet toe. Een Deense stoel uit 1960 en een keukentafel uit 2015 volgen dezelfde regel, zolang beide gebruikt zijn en weer bruikbaar.
“Gebruikte goederen zijn lichamelijke roerende goederen die in aanmerking komen om al dan niet na herstelling opnieuw gebruikt te worden.” Uitgesloten zijn onder meer nieuwe goederen, edele metalen, edelstenen en parels, gerenoveerde goederen, goederen die verbruikt worden bij een eerste gebruik, en goederen die niet opnieuw in dezelfde staat gebruikt kunnen worden.
Dat is de hele toets, en het is een toets over het góéd — niet over de branche waarin je zit. Naast gebruikte goederen noemt de FOD op dezelfde pagina uitdrukkelijk kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen, antiquiteiten en tweedehandse vervoermiddelen. De regeling staat in artikel 58, § 4 van het Btw-Wetboek en is uitgewerkt in koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994.
Het voorbeeld staat op een teakhouten dressoir: gekocht voor €220,00, verkocht voor €620,00. Zet er je eigen bedragen in.
Verkocht met verlies: er is geen marge, en dus geen af te dragen btw. Een negatieve marge geeft je ook niets terug.
De btw zit ín de marge, niet erbovenop. Dat is de fout die deze rekenhulp probeert te voorkomen: 21% óp een marge van €400 is €84, terwijl je €69,42 verschuldigd bent. Hoe je dat over een heel aangiftetijdvak doet — en waarom Frankrijk wettelijk per stuk rekent — staat in Hoe bereken je margeBTW?
De FOD sluit gerenoveerde goederen uit, en goederen die zo bewerkt zijn dat je bij de verkoop niet meer kunt vaststellen dat het om hetzelfde stuk gaat. Bij meubelen is dat geen randgeval: een fauteuil die je tot op het frame afbreekt en volledig opnieuw stoffeert, komt dicht bij die grens.
Een tweede geval dat je in deze branche vaak ziet: nieuwe meubelen die als restpartij of showroommodel binnenkomen. Nieuwe goederen staan met naam op de uitsluitingslijst, ook als je ze goedkoop kocht.
De vraag of meubelen onder de regeling vallen, wordt in de vier landen op dezelfde manier beantwoord: het is Europees recht. Het tarief en de rekenmethode niet.
Marge over het hele aangiftetijdvak. Artikel 58, § 4 W.btw en KB nr. 53.
Globalisatieregeling of individuele methode. Wet OB 1968, artikel 28b e.v.
Wettelijk per stuk. Globalisatie is er een optie, geen basisregel. CGI art. 297 A.
Eigen regeling van HMRC, los van de EU. Onder de registratiedrempel draag je niets af.
Een nooit gebruikt meubel uit een restpartij is een nieuw goed. Dat het met korting binnenkwam, verandert daar niets aan.
De marge is verkoopprijs min aankoopprijs. Materiaal en uren staan daarbuiten, hoe groot de post ook is.
Dan is het geen margeaankoop maar een gewone aankoop met aftrek. Dat is geen fout op zich — maar je moet het stuk dan ook zo doorverkopen.
Zonder aankoopbewijs is je marge niet aantoonbaar. KB nr. 53 vraagt die registers uitdrukkelijk.
Geschreven op 8 september 2026. De regeling zelf, de omschrijving van een gebruikt goed en de uitsluitingen zijn nagemeten op 8 september 2026 bij de FOD Financiën, Regeling van belastingheffing over de marge, die artikel 58, § 4 van het Btw-Wetboek en KB nr. 53 van 23 december 1994 als grondslag noemt. Sinds 1 januari 2026 sluit de wet van 19 december 2025 de margeregeling uit voor goederen die je met een verlaagd tarief aangekocht hebt — toegelicht in circulaire 2026/C/14 van 13 januari 2026, nagemeten via eur-lex.europa.eu op 31 augustus 2026. De FOD heeft haar eigen pagina daar nog niet op aangepast — opnieuw nagemeten op 10 september 2026. Vindt je boekhouder er niets over terug, dan is dat de reden.
Dit is uitleg, geen belastingadvies. Of de margeregeling in jouw geval de beste keuze is, en hoe je ze in je aangifte verwerkt, leg je voor aan je boekhouder.
Ja. De FOD Financiën omschrijft gebruikte goederen als lichamelijke roerende goederen die, al dan niet na herstelling, opnieuw gebruikt kunnen worden. Een tweedehands kast, tafel of stoel past daar zonder meer in. De regeling staat in artikel 58, § 4 van het Btw-Wetboek en in koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994.
Een herstelling haalt een stuk niet uit de regeling; de omschrijving van de FOD spreekt zelf over goederen die al dan niet na herstelling opnieuw gebruikt kunnen worden. Maar gerenoveerde goederen staan wél op de uitsluitingslijst, net als goederen die zo bewerkt zijn dat ze bij de verkoop niet meer als hetzelfde stuk te herkennen zijn. Een volledige heropbouw op een kaal frame zit tegen die grens aan.
Nee. Nieuwe goederen staan uitdrukkelijk op de uitsluitingslijst van de FOD. Een showroommodel of restpartij die nooit gebruikt is, verkoop je met gewone btw over de volle verkoopprijs.
In België €69,42. De marge is €400, en €400 × 21/121 geeft €69,42. Reken je 21% óp de marge, dan kom je op €84 uit — bijna €15 te veel.
Dezelfde vraag, een ander soort stuk. Het antwoord verschilt vaker dan je zou denken.
Elk stuk krijgt zijn eigen aankoopprijs, verkoopprijs en regeling. Vintro Pro houdt de margestukken apart van de rest, en rekent je marge per aangiftetijdvak uit.
Gratis tot 10 stukken, zonder kaartnummer en zonder einddatum.