Vintro Pro Kennisbank · Wetgeving

Wanneer val je als antiekhandelaar onder de witwaswet?

Vanaf 10.000 euro gelden er plichten die er daaronder niet zijn: de klant identificeren, tien jaar bewaren, en melden bij een vermoeden. Elke regel hieronder komt uit de wettekst zelf — want op drie van de vier overheidspagina’s staat iets anders dan in hun eigen wet.

Twee bedragen, en ze hebben niets met elkaar te maken.

De antiwitwaswet raakt de handel in antiek en kunst op twee plekken, en die twee worden voortdurend door elkaar gehaald. 10.000 zegt of je onderworpen bent: vanaf daar moet je weten wie je klant is, en dat tien jaar kunnen tonen. 3.000 is iets heel anders — dat is de grens waarboven een bedrag niet meer contant betaald mag worden, en die geldt altijd, ook bij een stuk van 4.000 euro waarvoor je verder niets moet doen.

Deze pagina zet allebei die drempels naast elkaar voor België, Nederland, Frankrijk en het VK. Elke regel komt uit de wettekst zelf, niet uit een voorlichtingspagina — en dat bleek nodig, want die twee lopen uiteen. Wat je sowieso over elk stuk bijhoudt, staat op de stocklijst-pagina.

Twee drempels die door elkaar lopen

Zolang die twee door elkaar lopen, denk je dat een verkoop van 6.000 euro “onder de wet” valt. Dat klopt voor het ene en niet voor het andere.

10.000 — ben je onderworpen?

  • Wat het regelt: of je de klant moet identificeren, stukken moet bewaren en een procedure moet hebben.
  • Per wat: per verrichting, of per reeks verrichtingen “waartussen een verband lijkt te bestaan”. Opsplitsen helpt niet.

3.000 — mag het contant?

  • Wat het regelt: hoeveel van de prijs in briefjes over de toonbank mag. In Frankrijk 1.000 euro, in het VK geen grens.
  • Per wat: per verkoop, over het tótale bedrag — ook als er in schijven betaald wordt.

Geen drempel — de melding

  • Wat het regelt: wat je doet als je iets niet vertrouwt. De wet zegt letterlijk “ongeacht het bedrag”.
  • Per wat: per verrichting, en in principe vóór ze uitgevoerd wordt.

Wanneer je onderworpen bent, in vier landen

Het getal is overal 10.000. De munt niet, en dat is nieuw sinds deze zomer.

BE 10.000 € én 50 jaar

“meer dan vijftig jaar oud” — art. 5, §1, 31°/1

NL 10.000 €

kunstvoorwerpen, geen leeftijdseis — art. 1a, vierde lid, k Wwft

FR 10.000 €

“égal ou supérieur” — art. L561-2, 10° CMF

VK £10.000

pónd, niet euro — reg. 14 MLR 2017, gewijzigd 30-06-2026

Elk vakje komt uit de wettekst zelf, geraadpleegd op 15 september 2026: de wet van 18 september 2017 via het Belgisch Staatsblad (Justel), de Wwft via wetten.overheid.nl, de Code monétaire et financier via Légifrance, en The Money Laundering, Terrorist Financing and Transfer of Funds (Information on the Payer) Regulations 2017 via legislation.gov.uk.

Het VK rekent niet meer in euro — en zegt dat zelf nog niet

Tot voor kort stond de Britse drempel in euro, ook in de Britse verordening. Dat is veranderd: regulation 14 van de Money Laundering Regulations 2017 draagt sinds 30 juni 2026 het bedrag £10.000, vervangen door The Money Laundering and Terrorist Financing (Amendment) Regulations 2026 (S.I. 2026/621), regs. 1(2) en 9.

De voorlichtingspagina van gov.uk, Money laundering supervision for art market participants, is voor het laatst bijgewerkt op 6 augustus 2024 en zegt nog altijd “10,000 euros or more”. Twee overheidsbronnen van hetzelfde land, twee bedragen — en de verordening wint.

Waarom dat praktisch uitmaakt: bij een koers rond 0,85 pond voor een euro is £10.000 ongeveer 11.800 euro. Een verkoop van 10.500 euro haalt de Britse drempel dus niet meer, terwijl hij die onder de oude tekst wel haalde. Reken in de munt die in de regel staat, niet in de munt van je kassa.

Wat er contant mag, in dezelfde vier landen

Deze grens heeft niets met de vorige te maken, ligt overal veel lager, en het verschil tussen België en Nederland zit in één woord.

BE Meer dan 3.000 €: nee

art. 67, §2 — précies 3.000 mag dus nog

NL 3.000 € of meer: nee

art. 1f Wwft — précies 3.000 mag dus niet

FR Boven 1.000 €: nee

art. D112-3 CMF — 15.000 € voor een niet-inwoner

VK Geen grens

maar vanaf £10.000 cash: high value dealer

België: artikel 67, §2 van de wet van 18 september 2017. Nederland: artikel 1f van de Wwft. Frankrijk: artikel D112-3 van de Code monétaire et financier, versie van kracht sinds 1 oktober 2018. VK: regulation 14(1)(a) MLR 2017, de omschrijving van high value dealer. Alle vier geraadpleegd op 15 september 2026.

🧮 Val ik onder de witwaswet?

Vul de verkoop in en lees allebei de antwoorden: ben je onderworpen, en mag het contante deel contant. De munt volgt het land — het VK rekent in ponden.

Onderworpen?
Mag dit contant?

Wat er letterlijk staat

Vier landen, vier wetteksten. Dit zijn de zinnen zelf, niet de samenvatting ervan.

Ben je veilinghuis? Dan telt je schatting, niet je hamerprijs

Eén zin in de Belgische wet wordt bijna nergens aangehaald, en hij verandert de rekensom volledig voor wie met opbod verkoopt. Artikel 5, §1, 31°/1, derde lid:

De drempel wordt dus niet gemeten aan wat het stuk uiteindelijk opbrengt, maar aan de bovenkant van je eigen schatting — en die zet je zelf in de catalogus, wéken voor de zaal vol zit. Een lot geschat op 8.000–11.000 euro dat voor 6.500 euro wegggaat, zit in die bepaling dus wel degelijk boven de drempel.

Voor gespecialiseerde entrepots valt de prijs juist helemaal weg: 31°/2 noemt eigenaars en beheerders van entrepots “die specifiek een opslagdienst aanbieden voor kunstwerken of roerende goederen van meer dan vijftig jaar oud en alleen voor dergelijke goederen en werken” — zonder enig bedrag.

Wat je in België concreet moet doen

Vijf dingen, met telkens het artikel erbij.

En de contantgrens, artikel 67, §2: “Onafhankelijk van het totale bedrag kan er geen enkele betaling of schenking in contanten worden verricht of ontvangen voor meer dan 3 000 euro of de tegenwaarde ervan in een andere munteenheid, in het kader van een verrichting of een geheel van verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan.”

België zegt “meer dan”, Nederland zegt “of meer”

Op precies 3.000 euro lopen de twee landen uit elkaar, en het zit in twee woorden.

Klein verschil, en toch is het net het bedrag dat mensen afronden. De rekenhulp hierboven houdt er rekening mee: vul 3000 in en wissel van land.

Eén Nederlandse meldgrens die geschrapt is

Wie een handleiding of blog van vóór dit jaar leest, vindt daar nog een objectieve meldgrens van 20.000 euro: elke transactie in onder meer voertuigen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen of juwelen die geheel of gedeeltelijk contant betaald werd voor 20.000 euro of meer, moest gemeld worden — zonder dat je er iets bij hoefde te vinden.

Die indicator is geschrapt uit de bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018, door het besluit van 7 april 2026, Staatsblad 2026, 99, in werking op 30 april 2026. FIU-Nederland past hem nog toe op meldingen met een transactiedatum tot en met 31 december 2025. De reden is het verbod uit artikel 1f: een contante transactie van 20.000 euro kan niet meer wettig bestaan.

Wat er niet mee verdwenen is: de subjectieve indicator. Een transactie waarvan je reden hebt om aan te nemen dat ze met witwassen te maken heeft, blijft meldingsplichtig — contant of niet, en ongeacht het bedrag.

Wat hiervan al in je stocklijst staat

De plichten hierboven vragen om drie dingen per stuk: wat het kostte en wanneer, aan wie het verkocht is, en hoe er betaald werd. De eerste twee horen sowieso in je voorraadadministratie — zie wat er in je stocklijst moet staan. De derde is het enige dat er speciaal bij komt, en alleen boven de drempel.

Waar het fout gaat, is de koppeling. Tien jaar later moet je bij dit stuk nog kunnen tonen wie het kocht. Een verkoopbon in een doos en een stocklijst in een ander bestand halen die tien jaar zelden samen. Een factuur die aan het stuk zelf vasthangt wel.

Waar het in de praktijk misgaat

Nagemeten op 15 september 2026, telkens in de wettekst zelf. België: de wet van 18 september 2017, artikelen 5 §1 31°/1 en 31°/2, 21, 47, 55, 60 en 67 §2, via de Justel-databank van het Belgisch Staatsblad. Nederland: de Wwft, artikelen 1a vierde lid onderdeel k en 1f, via wetten.overheid.nl, en het besluit in Staatsblad 2026, 99. Frankrijk: de Code monétaire et financier, artikelen L561-2 10° en D112-3, via Légifrance. VK: The Money Laundering, Terrorist Financing and Transfer of Funds (Information on the Payer) Regulations 2017, regulation 14, met de wijziging door S.I. 2026/621, via legislation.gov.uk.

Dit is uitleg over je administratie, geen juridisch advies. Of jouw zaak onderworpen is en wat dat precies vraagt, toets je bij je boekhouder of bij de toezichthouder zelf.

Veelgestelde vragen

Vanaf welk bedrag val ik als antiekhandelaar onder de witwaswet?

Vanaf 10.000 euro in Belgie, Nederland en Frankrijk, en vanaf 10.000 pond in het Verenigd Koninkrijk. Belgie legt er een tweede voorwaarde naast: artikel 5, paragraaf 1, 31 graden/1 van de wet van 18 september 2017 spreekt van kunstwerken of roerende goederen van MEER DAN vijftig jaar oud. Een stuk van 12.000 euro dat dertig jaar oud is, valt in Belgie dus buiten die bepaling en in de drie andere landen erbinnen. Het bedrag telt per transactie of per reeks verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan: een verkoop opsplitsen helpt niet.

Klopt het dat het VK ook in euro rekent?

Niet meer. Dat stond tot voor kort zo in regulation 14 van de Money Laundering Regulations 2017, en de voorlichtingspagina van gov.uk zegt het nog altijd: 10.000 euros or more. Maar de verordening zelf is op 30 juni 2026 gewijzigd door S.I. 2026/621: er staat nu 10.000 pond. Wie met de euro-versie rekent, rekent sinds die datum met het verkeerde bedrag.

Is de grens voor contant betalen dezelfde 10.000 euro?

Nee, en dat is de verwarring die het vaakst misloopt. De 10.000 zegt of je onderworpen bent. De contantgrens staat daar volledig los van en ligt veel lager: artikel 67, paragraaf 2 van de Belgische wet verbiedt contant voor MEER DAN 3.000 euro, artikel 1f van de Nederlandse Wwft verbiedt contant vanaf 3.000 euro OF MEER, en artikel D112-3 van de Franse Code monetaire et financier houdt het op 1.000 euro voor wie daar fiscaal woont. Precies 3.000 euro mag in Belgie dus nog, en in Nederland niet meer. Het VK kent geen algemene bovengrens.

Wat moet ik bewaren, en hoe lang?

In Belgie tien jaar, en dat staat in artikel 60 van de wet van 18 september 2017 -- niet in artikel 57, dat op verschillende plekken foutief wordt aangehaald. De identificatiegegevens tien jaar vanaf het einde van de zakelijke relatie of vanaf de datum van een occasionele verrichting, en de bewijsstukken van verrichtingen tien jaar vanaf de uitvoering ervan. Dat is langer dan de zeven jaar van je boekhouding, dus zet ze niet op dezelfde stapel.

Wat als ik iets verdachts zie?

Dan meld je het, ongeacht het bedrag. Artikel 47, paragraaf 1, 1 graad gebruikt die woorden letterlijk: ongeacht het bedrag. De meldplicht hangt dus niet aan een drempel maar aan je vermoeden. In Belgie gaat de melding naar de CFI-CTIF, in Nederland naar FIU-Nederland, in Frankrijk naar Tracfin en in het VK naar de NCA. Artikel 55 verbiedt je bovendien om de betrokken klant te laten weten dat er informatie naar de CFI is gegaan.

Verder lezen

Wie het kocht, staat bij het stuk

Vintro Pro houdt bij elk stuk de aankoopprijs, de datum en de factuur bij. Tien jaar later staan ze nog samen — precies wat artikel 60 vraagt.

Gratis tot 10 stukken, zonder kaartnummer en zonder einddatum.