Vintro Pro Kennisbank · Wetgeving

Wanneer val je als antiekhandelaar onder de witwaswet?

Vanaf 10.000 euro gelden er plichten die er daaronder niet zijn: de klant identificeren, de stukken jaren bewaren, en melden bij een vermoeden. Elke regel hieronder komt uit de wettekst zelf — want op drie van de vier overheidspagina’s staat iets anders dan in hun eigen wet.

Geschreven door Griet Coussement, oprichter van Vintro Pro en Vintiques Export

Twee bedragen, en ze hebben niets met elkaar te maken.

De antiwitwaswet raakt de handel in antiek en kunst op twee plekken, en die twee worden voortdurend door elkaar gehaald. 10.000 zegt of je onderworpen bent: vanaf daar moet je weten wie je klant is, en dat jaren later nog kunnen tonen: tien jaar in België (artikel 60), vijf in Nederland (artikel 33, derde lid Wwft). 3.000 is iets heel anders — dat is de grens waarboven een bedrag niet meer contant betaald mag worden, en die geldt altijd, ook bij een stuk van 4.000 euro waarvoor je verder niets moet doen.

Deze pagina zet allebei die drempels naast elkaar voor België, Nederland, Frankrijk en het VK. Elke regel komt uit de wettekst zelf, niet uit een voorlichtingspagina — en dat bleek nodig, want die twee lopen uiteen. Wat je sowieso over elk stuk bijhoudt, staat op de stocklijst-pagina.

Twee drempels die door elkaar lopen

Zolang die twee door elkaar lopen, denk je dat een verkoop van 6.000 euro “onder de wet” valt. Dat klopt voor het ene en niet voor het andere.

10.000 — ben je onderworpen?

  • Wat het regelt: of je de klant moet identificeren, stukken moet bewaren en een procedure moet hebben.
  • Per wat: per verrichting, of per reeks verrichtingen “waartussen een verband lijkt te bestaan”. Opsplitsen helpt niet.

3.000 — mag het contant?

  • Wat het regelt: hoeveel van de prijs in briefjes over de toonbank mag. In Frankrijk 1.000 euro, in het VK geen grens.
  • Per wat: per verkoop, over het tótale bedrag — ook als er in schijven betaald wordt.

Geen drempel — de melding

  • Wat het regelt: wat je doet als je iets niet vertrouwt. De wet zegt letterlijk “ongeacht het bedrag”.
  • Per wat: per verrichting, en in principe vóór ze uitgevoerd wordt.

Eén verkoop van 6.000 euro, twee antwoorden

Klant identificeren?

Nee 6.000 euro ligt onder de drempel van 10.000.

Alles contant?

Nee In België hoogstens 3.000 euro in briefjes, in Nederland minder dan 3.000, in Frankrijk 1.000.

In het VK is er geen contantgrens. Een vermoeden meld je altijd, ongeacht het bedrag.

Wanneer je onderworpen bent, in vier landen

Het getal is overal 10.000. De munt niet, en dat is nieuw sinds deze zomer.

BE 10.000 €

kunstwerk: elke leeftijd; ander stuk: “meer dan vijftig jaar oud” — art. 5, §1, 31°/1

NL 10.000 €

kunstvoorwerpen, geen leeftijdseis — art. 1a, vierde lid, k Wwft

FR 10.000 €

“égal ou supérieur” — art. L561-2, 10° CMF

VK £10.000

pónd, niet euro — reg. 14 MLR 2017, gewijzigd 30-06-2026

Elk vakje komt uit de wettekst zelf, geraadpleegd op 15 september 2026: de wet van 18 september 2017 via het Belgisch Staatsblad (Justel), de Wwft via wetten.overheid.nl, de Code monétaire et financier via Légifrance, en The Money Laundering, Terrorist Financing and Transfer of Funds (Information on the Payer) Regulations 2017 via legislation.gov.uk.

Het VK rekent niet meer in euro — en zegt dat zelf nog niet

Tot voor kort stond de Britse drempel in euro, ook in de Britse verordening. Dat is veranderd: regulation 14 van de Money Laundering Regulations 2017 draagt sinds 30 juni 2026 het bedrag £10.000, vervangen door The Money Laundering and Terrorist Financing (Amendment) Regulations 2026 (S.I. 2026/621), regs. 1(2) en 9.

De voorlichtingspagina van gov.uk, Money laundering supervision for art market participants, is voor het laatst bijgewerkt op 6 augustus 2024 en zegt nog altijd “10,000 euros or more”. Twee overheidsbronnen van hetzelfde land, twee bedragen — en de verordening wint.

Waarom dat praktisch uitmaakt: bij een koers rond 0,85 pond voor een euro is £10.000 ongeveer 11.800 euro. Een verkoop van 10.500 euro haalt de Britse drempel dus niet meer, terwijl hij die onder de oude tekst wel haalde. Reken in de munt die in de regel staat, niet in de munt van je kassa.

Een verkoop van 10.500 euro in het VK

Oude tekstdrempel 10.000 euro
Sinds 30 juni 2026£10.000, ongeveer 11.800 euro

De streep is de drempel. Gerekend aan een koers rond 0,85 pond voor een euro.

Wat er contant mag, in dezelfde vier landen

Deze grens heeft niets met de vorige te maken, ligt overal veel lager, en het verschil tussen België en Nederland zit in één woord.

BE Meer dan 3.000 €: nee

art. 67, §2 — précies 3.000 mag dus nog

NL 3.000 € of meer: nee

art. 1f Wwft — précies 3.000 mag dus niet

FR Boven 1.000 €: nee

art. D112-3 CMF — 15.000 € voor een niet-inwoner

VK Geen grens

maar vanaf £10.000 cash: high value dealer

België: artikel 67, §2 van de wet van 18 september 2017. Nederland: artikel 1f van de Wwft. Frankrijk: artikel D112-3 van de Code monétaire et financier, versie van kracht sinds 1 oktober 2018. VK: regulation 14(1)(a) MLR 2017, de omschrijving van high value dealer. Alle vier geraadpleegd op 15 september 2026.

🧮 Val ik onder de witwaswet?

Vul de verkoop in en lees allebei de antwoorden: ben je onderworpen, en mag het contante deel contant. De munt volgt het land — het VK rekent in ponden.

Onderworpen? —
Mag dit contant? —

Wat er letterlijk staat

Vier landen, vier wetteksten. Dit zijn de zinnen zelf, niet de samenvatting ervan.

Ben je veilinghuis? Dan telt je schatting, niet je hamerprijs

Eén zin in de Belgische wet wordt bijna nergens aangehaald, en hij verandert de rekensom volledig voor wie met opbod verkoopt. Artikel 5, §1, 31°/1, derde lid:

De drempel wordt dus niet gemeten aan wat het stuk uiteindelijk opbrengt, maar aan de bovenkant van je eigen schatting — en die zet je zelf in de catalogus, wéken voor de zaal vol zit. Een lot geschat op 8.000–11.000 euro dat voor 6.500 euro wegggaat, zit in die bepaling dus wel degelijk boven de drempel.

Een lot geschat op 8.000–11.000 euro

Hamerprijswat het lot opbrengt
Maximumschattingdit bedrag telt

Belgische regel voor veilinghuizen: de bovenkant van je schatting telt, niet de hamerprijs.

Voor gespecialiseerde entrepots valt de prijs juist helemaal weg: 31°/2 noemt eigenaars en beheerders van entrepots “die specifiek een opslagdienst aanbieden voor kunstwerken of roerende goederen van meer dan vijftig jaar oud en alleen voor dergelijke goederen en werken” — zonder enig bedrag.

Wat je in België concreet moet doen

Vijf dingen, met telkens het artikel erbij.

En de contantgrens, artikel 67, §2: “Onafhankelijk van het totale bedrag kan er geen enkele betaling of schenking in contanten worden verricht of ontvangen voor meer dan 3 000 euro of de tegenwaarde ervan in een andere munteenheid, in het kader van een verrichting of een geheel van verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan.”

België zegt “meer dan”, Nederland zegt “of meer”

Op precies 3.000 euro lopen de twee landen uit elkaar, en het zit in twee woorden.

Klein verschil, en toch is het net het bedrag dat mensen afronden. De rekenhulp hierboven houdt er rekening mee: vul 3000 in en wissel van land.

Goud, zilver, platina en palladium liggen in België lager. Artikel 67, §2, tweede lid, 2° zegt dat de betaling van “goederen die edele stoffen bevatten” — “goud, platina, zilver, palladium” volgens §1, 2° — “a) niet in contanten [mag] worden verricht of ontvangen, wanneer noch de verkoper, noch de koper een consument is; b) niet in contanten [mag] worden verricht of ontvangen voor een bedrag van meer dan 500 euro wanneer de verkoper een consument is en de koper geen consument.” Tussen twee handelaars dus geen enkele euro contant, en koop je van een particulier, dan hoogstens 500 euro — waarbij je die verkoper identificeert. Verkoop je zelf aan een consument, dan blijft de gewone 3.000 euro. Uitgezonderd zijn edele stoffen die er “slechts in kleine hoeveelheid en enkel omwille van hun noodzakelijke fysische eigenschappen” in zitten, en een openbare verkoop onder toezicht van een gerechtsdeurwaarder. Nagelezen in Justel op 31 oktober 2026.

Eén Nederlandse meldgrens die geschrapt is

Wie een handleiding of blog van vóór dit jaar leest, vindt daar nog een objectieve meldgrens van 20.000 euro: elke transactie in onder meer voertuigen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen of juwelen die geheel of gedeeltelijk contant betaald werd voor 20.000 euro of meer, moest gemeld worden — zonder dat je er iets bij hoefde te vinden.

Die indicator is geschrapt uit de bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018, door het besluit van 7 april 2026, Staatsblad 2026, 99, in werking op 30 april 2026. FIU-Nederland past hem nog toe op meldingen met een transactiedatum tot en met 31 december 2025. De reden is het verbod uit artikel 1f: een contante transactie van 20.000 euro kan niet meer wettig bestaan.

Wat er niet mee verdwenen is: de subjectieve indicator. Een transactie waarvan je reden hebt om aan te nemen dat ze met witwassen te maken heeft, blijft meldingsplichtig — contant of niet, en ongeacht het bedrag.

Wat hiervan al in je stocklijst staat

De plichten hierboven vragen om drie dingen per stuk: wat het kostte en wanneer, aan wie het verkocht is, en hoe er betaald werd. De eerste twee horen sowieso in je voorraadadministratie — zie wat er in je stocklijst moet staan. De derde is het enige dat er speciaal bij komt, en alleen boven de drempel.

Waar het fout gaat, is de koppeling. Jaren later moet je bij dit stuk nog kunnen tonen wie het kocht. Een verkoopbon in een doos en een stocklijst in een ander bestand halen die termijn zelden samen. Een factuur die aan het stuk zelf vasthangt wel.

Waar het in de praktijk misgaat

Hoe lang je bewaart in België

Boekhouding
Identificatie en bewijsstukkenartikel 60

Leg ze dus niet op dezelfde stapel.

Nagemeten op 15 september 2026, telkens in de wettekst zelf. België: de wet van 18 september 2017, artikelen 5 §1 31°/1 en 31°/2, 21, 47, 55, 60 en 67 §2, via de Justel-databank van het Belgisch Staatsblad. Nederland: de Wwft, artikelen 1a vierde lid onderdeel k en 1f, via wetten.overheid.nl, en het besluit in Staatsblad 2026, 99. Frankrijk: de Code monétaire et financier, artikelen L561-2 10° en D112-3, via Légifrance. VK: The Money Laundering, Terrorist Financing and Transfer of Funds (Information on the Payer) Regulations 2017, regulation 14, met de wijziging door S.I. 2026/621, via legislation.gov.uk. Opnieuw nagelezen op 26 oktober 2026: artikel 4, 24°/1 en artikel 5, §1, 31°/1 van de Belgische wet (Justel, NL en FR), en regulation 14(1)(d) MLR 2017. Op 30 oktober 2026 nagelezen: artikel 1a, eerste lid, en artikel 33, derde lid van de Wwft.

Dit is uitleg over je administratie, geen juridisch advies. Of jouw zaak onderworpen is en wat dat precies vraagt, toets je bij je boekhouder of bij de toezichthouder zelf.

Veelgestelde vragen

Vanaf welk bedrag val ik als antiekhandelaar onder de witwaswet?

Vanaf 10.000 euro in Belgie en Frankrijk, en vanaf 10.000 pond in het Verenigd Koninkrijk. In Nederland geldt de 10.000 euro alleen voor kunstvoorwerpen (artikel 1a, vierde lid, onderdeel k Wwft). Voor antiek dat geen kunstvoorwerp is, geldt daar alleen het contantverbod vanaf 3.000 euro (artikel 1a, eerste lid, en artikel 1f). Belgie legt er voor stukken die geen kunstwerk zijn een tweede voorwaarde naast: artikel 5, paragraaf 1, 31 graden/1 van de wet van 18 september 2017 spreekt van kunstwerken OF roerende goederen van meer dan vijftig jaar oud. De vijftig jaar hoort bij de roerende goederen. Een kunstwerk telt op elke leeftijd: artikel 4, 24 graden/1 omschrijft het als het oorspronkelijk kunstwerk, zonder leeftijd. Een schilderij van 12.000 euro dat dertig jaar oud is, valt er in Belgie dus onder. Een kast van 12.000 euro die dertig jaar oud is, niet. Het bedrag telt per transactie of per reeks verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan: een verkoop opsplitsen helpt niet.

Klopt het dat het VK ook in euro rekent?

Niet meer. Dat stond tot voor kort zo in regulation 14 van de Money Laundering Regulations 2017, en de voorlichtingspagina van gov.uk zegt het nog altijd: 10.000 euros or more. Maar de verordening zelf is op 30 juni 2026 gewijzigd door S.I. 2026/621: er staat nu 10.000 pond. Wie met de euro-versie rekent, rekent sinds die datum met het verkeerde bedrag.

Is de grens voor contant betalen dezelfde 10.000 euro?

Nee, en dat is de verwarring die het vaakst misloopt. De 10.000 zegt of je onderworpen bent. De contantgrens staat daar volledig los van en ligt veel lager: artikel 67, paragraaf 2 van de Belgische wet verbiedt contant voor MEER DAN 3.000 euro, artikel 1f van de Nederlandse Wwft verbiedt contant vanaf 3.000 euro OF MEER, en artikel D112-3 van de Franse Code monetaire et financier houdt het op 1.000 euro voor wie daar fiscaal woont. Precies 3.000 euro mag in Belgie dus nog, en in Nederland niet meer. Het VK kent geen algemene bovengrens.

Wat moet ik bewaren, en hoe lang?

In Belgie tien jaar, en dat staat in artikel 60 van de wet van 18 september 2017 -- niet in artikel 57, dat op verschillende plekken foutief wordt aangehaald. De identificatiegegevens tien jaar vanaf het einde van de zakelijke relatie of vanaf de datum van een occasionele verrichting, en de bewijsstukken van verrichtingen tien jaar vanaf de uitvoering ervan. Dat is langer dan de zeven jaar van je boekhouding, dus zet ze niet op dezelfde stapel. In Nederland is het vijf jaar (artikel 33, derde lid Wwft).

Wat als ik iets verdachts zie?

Dan meld je het, ongeacht het bedrag. Artikel 47, paragraaf 1, 1 graad gebruikt die woorden letterlijk: ongeacht het bedrag. De meldplicht hangt dus niet aan een drempel maar aan je vermoeden. In Belgie gaat de melding naar de CFI-CTIF, in Nederland naar FIU-Nederland, in Frankrijk naar Tracfin en in het VK naar de NCA. Artikel 55 verbiedt je bovendien om de betrokken klant te laten weten dat er informatie naar de CFI is gegaan.

Verder lezen

Wie het kocht, staat bij het stuk

Vintro Pro houdt bij elk stuk de aankoopprijs, de datum en de factuur bij. Tien jaar later staan ze nog samen — precies wat artikel 60 vraagt.

30 dagen gratis, zonder kaartnummer.