Ja. In België, Nederland, Frankrijk en het VK staat het in de wet — telkens in een ander artikel. Wat er precies geteld moet worden, tegen welke waarde, en waarom dat bij unieke stukken anders loopt.
Geschreven door Griet Coussement, oprichter van Vintro Pro en Vintiques Export
“Inventaris” betekent drie dingen, en dat is precies waar het misloopt.
In de winkel is je inventaris je voorraad: de stukken die er staan. In de boekhouding is de inventaris een handeling — de jaarlijkse opname van alles wat de zaak bezit en verschuldigd is. En op de balans is inventaris nog een derde ding: de rekening voor je meubilair, rekken en uitrusting, dus net níét je handelsgoederen.
Deze pagina gaat over de tweede betekenis: de inventaris die de wet vraagt. Voor een handelaar in antiek, vintage of tweedehands komt die vooral neer op één ding — het tellen en waarderen van de voorraad, want daar zit het geld in. Wat je het hele jaar door moet bijhouden, is een andere vraag: dat staat op de stocklijst-pagina.
Zolang die drie door elkaar lopen, praat je met je boekhouder over iets anders dan je denkt.
De plicht om minstens één keer per jaar de voorraad op te nemen, staat in alle vier de landen in de wet. Het artikel verschilt, en het accent ook: het ene land vraagt de opname, het andere vooral de waarde.
artikel III.89 WER — op een datum die je zelf kiest
artikel 3:15i BW — elk jaar een balans, binnen zes maanden na het boekjaar
artikel L123-12 C. com. — bestaan én waarde
Companies Act 2006, s.386(4) — plus élke telling
Vier keer dezelfde plicht, vier keer anders geformuleerd:
“Elke boekhoudplichtige onderneming verricht, omzichtig en te goeder trouw, ten minste eens per jaar de nodige opnemingen, verificaties, onderzoekingen en waarderingen om op een door haar gekozen datum de inventaris op te maken van al haar bezittingen, en rechten van welke aard ook…”
“Elle doit contrôler par inventaire, au moins une fois tous les douze mois, l’existence et la valeur des éléments actifs et passifs du patrimoine de l’entreprise.”
Wie een bedrijf uitoefent, maakt elk jaar binnen zes maanden na het einde van het boekjaar een balans op (artikel 3:15i verwijst daarvoor naar artikel 2:10 lid 2). De Belastingdienst zegt het zo: “Aan het eind van elk boekjaar bepaalt u de waarde van de voorraden die op dat moment in uw bedrijf aanwezig zijn.”
“statements of stock held by the company at the end of each financial year”, én “all statements of stocktakings from which any statement of stock… has been or is to be prepared”. Wie in het VK zelfstandige is zonder vennootschap valt buiten die section, maar gov.uk vraagt bij traditional accounting wél “the value of stock and work in progress at the end of your accounting period”.
Eén Belgische nuance die vaak wordt gemist: paragraaf 2 van artikel III.89 — de inrichting volgens het rekeningenstelsel en de waarderingsmaatstaven — geldt níét voor wie een vereenvoudigde boekhouding voert (art. III.85 WER en art. 1 KB 21 oktober 2018: omzet tot 500.000 euro excl. btw). De inventaris zelf, paragraaf 1, geldt wél. Kleine zaak of niet: tellen moet.
Artikel III.89 bij een vereenvoudigde boekhouding
Paragraaf 1
De inventaris zelf Tellen en waarderen. Ook voor een kleine zaak.Paragraaf 2
Rekeningenstelsel en waarderingsmaatstaven Niet bij een vereenvoudigde boekhouding: omzet tot 500.000 euro excl. btw (art. III.85 WER en art. 1 KB 21 oktober 2018).De hoofdregel is in België en Nederland dezelfde: de aankoopprijs, tenzij het stuk op de balansdatum minder waard is. Dan geldt die lagere waarde.
België zegt het zo, in CBN-advies 132/7: handelsgoederen worden “gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde of tegen de marktprijs op balansdatum als die lager is”. In Nederland zegt de Belastingdienst het korter, als eigen beleid — de wet zelf zegt dit niet: “Normaal gesproken waardeert u de voorraad tegen kostprijs”, en “alleen voor incourante goederen mag u een lagere waarde nemen dan de kostprijs”.
Welke waarde zet je op de inventaris?
Op de balansdatum
Is het stuk minder waard dan je ervoor betaalde?Je vraagprijs is het nooit.
Wat er dus niet staat: je vraagprijs. Een kast die je voor 200 euro kocht en voor 600 in de zaak zet, staat voor 200 op je inventaris. Die 400 verschil boek je pas als hij verkocht is — en bij margegoederen is dat precies dezelfde marge waarop je je btw berekent.
Een kast: gekocht voor €200, in de zaak voor €600
Op je inventaris
€200 wat je ervoor betaald hebt.Pas bij verkoop
€400 het verschil. Bij margegoederen is dat ook je marge voor de btw.De laagste van aankoopprijs en verwachte opbrengst, opgeteld. De onderste twee velden mag je leeg laten als geen enkel stuk onder zijn aankoopprijs staat.
Dit is de hoofdregel, niet je aangifte. In Nederland hanteert de Belastingdienst als beleid — niet als wet — vaste afwaarderingspercentages voor textiel, kleding, meubelen en stoffering, en of een stuk “incourant” is, blijft een beoordeling. Neem de uitkomst mee naar je boekhouder in plaats van ze te boeken.
Een winkel met reeksen telt dozen en vermenigvuldigt met een kostprijs. Bij jou bestaat die kostprijs per soort niet.
Je hebt 140 stukken staan — en één totaalbedrag op je bankrekening. Zonder aankoopprijs pér stuk is elke waardering een schatting, en een schatting houdt bij een controle geen stand.
Het is de verleidelijkste fout, want dát cijfer staat wel op je etiket. Je voorraad lijkt er drie keer zo veel waard door, en je winst met hem mee.
Wie zijn lijst niet bijhoudt, telt op 31 december stukken mee die in oktober al de deur uit waren. Bij unieke stukken valt dat niet op: er is geen aantal dat niet klopt.
De wet vraagt de toestand op de gekozen datum, niet die van drie maanden later. Wat je in maart telt, is de voorraad van maart.
Dit is uitleg over je administratie, geen fiscaal of boekhoudkundig advies. Welke regeling en welke waardering op jouw zaak van toepassing zijn, toets je bij je boekhouder.
Ja. In Belgie vraagt artikel III.89 van het Wetboek van economisch recht om ten minste eens per jaar de nodige opnemingen, verificaties, onderzoekingen en waarderingen te doen, op een datum die je zelf kiest. Frankrijk zegt in artikel L123-12 van de Code de commerce hetzelfde in andere woorden: minstens om de twaalf maanden het bestaan en de waarde nakijken. Nederland vraagt in artikel 3:15i van het Burgerlijk Wetboek (met artikel 2:10 lid 2) dat je elk jaar binnen zes maanden na het einde van je boekjaar een balans opmaakt, en het VK vraagt vennootschappen in section 386 van de Companies Act 2006 een stockopgave per boekjaar. Vier landen, vier artikelen, dezelfde plicht.
Je voorraad is wat je hebt: de handelsgoederen die je aankocht om door te verkopen. De inventaris is wat je doet: de jaarlijkse opname waarbij je die voorraad telt, controleert en waardeert. Verwarrend genoeg heet op de balans ook nog een derde ding inventaris, namelijk je meubilair en uitrusting. Dat laatste zijn vaste activa en horen niet bij je stukken.
Tegen de aankoopprijs, tenzij het stuk op de balansdatum minder waard is. CBN-advies 132/7 spreekt in Belgie van waardering tegen aanschaffingswaarde of tegen de marktprijs op balansdatum als die lager is. Voor Nederland is het beleid van de Belastingdienst dat je normaal tegen kostprijs waardeert en alleen voor incourante goederen lager mag gaan; de wet zelf zegt dat niet. Je vraagprijs is dus nooit de inventariswaarde: het verschil boek je pas bij verkoop.
In Belgie kies je die datum zelf, zegt artikel III.89 met zoveel woorden. In de praktijk kies je de dag waarop je boekjaar sluit, want de inventaris moet je balans dragen. Sluit je boekjaar op 30 juni, dan is een telling op 31 december voor niets geweest. Frankrijk spreekt van minstens eens per twaalf maanden, het VK en Nederland van het einde van het boekjaar.
Ja, voor de inventaris zelf. Wie in Belgie een vereenvoudigde boekhouding voert -- natuurlijke personen, VOF en CommV met een omzet tot 500.000 euro exclusief btw, volgens artikel III.85 WER en artikel 1 van het KB van 21 oktober 2018 -- valt buiten paragraaf 2 van artikel III.89, die over het rekeningenstelsel en de waarderingsmaatstaven gaat. Paragraaf 1, de plicht om te tellen en te waarderen, geldt onverkort.
Vintro Pro houdt bij elk stuk de aankoopprijs en de datum bij. Op 31 december staat de lijst er al — inclusief wat je voor elk stuk betaald hebt.
30 dagen gratis, zonder kaartnummer.