Ja — antiek staat met zoveel woorden in de wet als margegoed. Maar sinds 1 januari 2025 hangt het antwoord aan één vraag die je al bij de aankoop moet stellen.
Ja, antiek is een margegoed. De vraag is alleen niet wélk stuk je verkoopt, maar hóe je het gekocht hebt.
De margeregeling is niet geschreven voor tweedehands goederen alleen. De wet noemt vier soorten in één adem: gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten. Antiek staat er dus letterlijk in. Wie zich afvraagt of een kast van 1890 wel mag, mag gerust zijn.
Alleen: sinds 1 januari 2025 is er voor precies die drie laatste categorieën een voorwaarde bijgekomen die alles omgooit. Ze gaat niet over het stuk, maar over je aankoopfactuur. Betaalde je bij de aankoop of de invoer een verlaagd btw-tarief, dan mag de margeregeling niet meer. Dat is de hele pagina in twee zinnen; de rest is uitwerking.
Verlaagd tarief bij aankoop of invoer sluit de marge uit. Wet van 19 december 2025.
De aanvullende margeregeling bij inkoop met 9% btw verviel op 1 januari 2025.
Artikel 297 B van de CGI is opgeheven. De keuze op optie bestaat niet meer.
Geen regel over het verlaagd tarief, wel een ruimere: btw aangerekend gekregen? Geen marge.
Vier landen, vier percentages, maar één gedachte eronder: btw betaald bij de aankoop, dan geen marge bij de verkoop. Het VK kwam er langs een andere weg — het staat buiten de EU en heeft die regel altijd al gehad, in bredere vorm.
Niet wat de veilingcatalogus antiek noemt, en niet wat mooi oud staat. De btw kent maar één maatstaf: ouderdom. Rubriek XXI van tabel A bij koninklijk besluit nr. 20 omschrijft antiquiteiten als voorwerpen ouder dan honderd jaar. Bij de douane draagt die categorie code 9706.
Dat maakt de grens scherper dan ze in de winkel aanvoelt:
Waarom dat verschil telt: die teakkast valt ook onder de margeregeling, maar via de deur van de gebruikte goederen. En op die deur staat de nieuwe voorwaarde over het verlaagd tarief niet. Voor gewone tweedehands stukken die je zonder btw van een particulier koopt, verandert er dus niets. De hele wijziging van 2025 gaat over kunst, verzamelobjecten en antiek.
Om een stuk met marge te mogen verkopen, moet je alle drie de vinkjes hebben. Ze staan hier op volgorde van hoe vaak het misloopt.
De nieuwste voorwaarde, en meteen de lastigste. Kocht of voerde je het stuk in aan 6% (BE), 9% (NL) of 5,5% (FR)? Dan verkoop je onder de gewone regeling.
Van een particulier, van iemand die geen btw mag aanrekenen, of van een collega die zelf de marge toepaste. Staat er aftrekbare btw op je aankoopfactuur, dan is het geen margegoed.
Aankoopprijs, verkoopprijs en marge per stuk, apart van je gewone goederen. Zonder die administratie kun je de marge niet aantonen, en dus niet verdedigen.
De verandering komt uit Europa. Richtlijn (EU) 2022/542 herschreef artikel 316 van de btw-richtlijn. De nieuwe tekst begint met een voorwaarde die er vroeger niet stond:
“Indien geen verlaagd tarief is toegepast op de betrokken kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die aan een belastingplichtige wederverkoper worden geleverd of door hem worden ingevoerd, verlenen de lidstaten belastingplichtige wederverkopers het recht te kiezen voor toepassing van de winstmargeregeling.”
Dezelfde richtlijn voegde artikel 98 bis toe: verlaagde tarieven gelden niet voor leveringen van kunst, verzamelobjecten en antiek waarop de margeregeling wordt toegepast. De twee sluiten elkaar sindsdien uit. De lidstaten moesten dit toepassen vanaf 1 januari 2025.
België was laat. De omzetting gebeurde met de wet van 19 december 2025, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2025 en toegelicht in circulaire 2026/C/14 van 13 januari 2026. Wie btw niet aftrok omdat hij op de marge rekende, kan dat recht nog uitoefenen in een aangifte die hij vóór het einde van 2026 indient, voor stukken aangekocht of ingevoerd vanaf 2022, op voorwaarde dat ze onder de gewone regeling verkocht worden en hij met bewijsstukken kan aantonen wanneer hij ze verwierf (punt 2.2.2 van de circulaire).
Let op wanneer je dit natrekt: de algemene uitlegpagina van de FOD Financiën over de margeregeling beschrijft nog de oude toestand — nagemeten op 8 september 2026. De circulaire zelf staat wél op Fisconetplus, en dat is waar je boekhouder ze vindt — nagemeten op 10 september 2026. Zoeken op het nummer werkt er niet (de schuine strepen breken de zoeker); zoeken op winstmarge kunstvoorwerpen antiquiteiten wel.
Dezelfde kast, twee manieren van binnenkomen. Het verschil zit niet in het stuk maar in de factuur.
Je koopt een eiken commode uit 1890 voor 400 euro op een leegverkoop en verkoopt hem voor 900 euro. Er stond geen btw op je aankoop, dus de margeregeling mag.
Op je factuur staat één bedrag: 900 euro. Geen btw-percentage, geen btw-bedrag, wel de vermelding dat de bijzondere regeling van toepassing is. Hoe je dit per stuk berekent staat op de rekenpagina over margeBTW.
Dezelfde commode, maar je haalde hem uit het Verenigd Koninkrijk en betaalde bij de invoer 6% Belgische invoer-btw op het antiek. Dan is de margeregeling uitgesloten. Je verkoopt onder de gewone regeling: 21% btw op de volle verkoopprijs, en die 6% invoer-btw is aftrekbaar.
Dat is geen straf, maar het is wel een andere berekening — en ze pakt anders uit naarmate je marge groter of kleiner is. Reken het door voordat je koopt, niet als het stuk al in de winkel staat. Wat er bij invoer uit het VK precies gebeurt, staat op stukken kopen in het VK na de brexit.
De Belgische margeregeling staat in artikel 58 §4 van het btw-wetboek. De FOD Financiën noemt daar de vier categorieën — gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten — en de kernvoorwaarde: de leverancier mocht geen vrijstelling of teruggaaf van de belasting hebben kunnen inroepen.
Daar is sinds de wet van 19 december 2025 de drempel over het verlaagd tarief bijgekomen. Voor antiek is dat geen theoretisch geval: het verlaagd tarief van 6% geldt in België juist op de invoer van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten. Wie regelmatig invoert, raakt die regel dus wekelijks.
De Rijksoverheid is er kort over: sinds 1 januari 2025 mag je de margeregeling niet meer toepassen op kunst, antiek of verzamelobjecten die je met 9% btw hebt ingekocht. De aanvullende margeregeling die dat vroeger mogelijk maakte, is weg.
Twee dingen die Nederland strakker regelt dan België, en die je meeneemt als je daar inkoopt:
Op je factuur aan de klant zet je geen btw. Dat geldt in alle vier de landen.
Frankrijk was er vroeg bij. Artikel 83 van de loi de finances voor 2024 (wet nr. 2023-1322 van 29 december 2023) hief per 1 januari 2025 artikel 297 B van de CGI op. Dat artikel liet wederverkopers toe om, op optie, toch de marge te kiezen na een aankoop tegen verlaagd tarief. Die optie bestaat niet meer.
De marge zelf blijft staan in artikel 297 A van de CGI: het verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs, in principe stuk per stuk berekend. Welke voorwerpen als antiek of verzamelobject tellen, staat opgesomd in artikel 98 A van bijlage III bij de CGI.
Het VK staat buiten de EU, dus de richtlijn loopt er niet. HMRC heeft een eigen VAT margin scheme, en antiek staat er uitdrukkelijk in: je mag hem gebruiken bij de verkoop van tweedehands goederen, kunstwerken, antiek en verzamelobjecten.
Twee cijfers om te onthouden:
De uitsluiting is er breder dan bij ons: je mag de scheme niet gebruiken voor een stuk waarvoor je btw aangerekend kreeg, en evenmin voor edelmetalen, beleggingsgoud en edelstenen. Meer daarover staat op de pagina over de Britse margeregeling.
Onder vier stelsels zitten drie dingen die overal terugkomen. Wie die op orde heeft, staat in alle vier de landen goed.
Vier landen, dezelfde grondregel. Wat verschilt is welke btw meetelt en tegen welk percentage — niet de gedachte erachter.
Aankoop, verkoop en marge per stuk, apart bijgehouden. Nederland vraagt er een inkoopverklaring bij vanaf 500 euro, het VK een stock book.
Op een margeverkoop staat één bedrag, geen percentage en geen btw-bedrag. Je klant kan er niets van aftrekken, en dat hoort zo.
De regeling wordt bepaald door je aankoopfactuur. Wie pas aan de kassa nadenkt over marge of gewone regeling, heeft de keuze allang gemaakt zonder het te weten.
Dat gaat sinds de wet van 19 december 2025 niet meer samen. Het verlaagd tarief bij invoer is voor antiek juist de gewone gang van zaken, dus dit raakt wie regelmatig in het buitenland koopt.
Antiek is ouder dan honderd jaar, punt. Alles daaronder is een gewoon gebruikt goed — ook onder de marge, maar zonder de nieuwe drempel.
Zonder aparte administratie per stuk is de marge niet aan te tonen. In Nederland ontbreekt dan ook de inkoopverklaring vanaf 500 euro.
Bij een margeverkoop staat er één bedrag en geen percentage. Een btw-bedrag vermelden geeft je klant een aftrek waar hij geen recht op heeft, en jou een probleem.
Geschreven op 8 september 2026. Nagemeten op 8 september 2026. België: wet van 19 december 2025 (Belgisch Staatsblad 31 december 2025), omzetting van richtlijn (EU) 2022/542, toegelicht in circulaire 2026/C/14 van 13 januari 2026; artikel 58 §4 van het btw-wetboek en rubriek XXI van tabel A bij KB nr. 20. Europa: richtlijn 2006/112/EG, artikel 316, zoals gewijzigd door richtlijn (EU) 2022/542, toe te passen vanaf 1 januari 2025. Nederland: Ondernemersplein van de Rijksoverheid, margeregeling voor de btw. Frankrijk: BOFiP BOI-TVA-SECT-90-40, randnummer 80, en artikel 297 A van de CGI. Verenigd Koninkrijk: HMRC, VAT margin schemes op gov.uk. De FOD Financiën heeft haar eigen pagina over de margeregeling hier nog niet op aangepast — nagemeten op 8 september 2026. Vindt je boekhouder er niets over terug, dan is dat de reden. We volgen het op en passen deze pagina aan zodra de FOD bijwerkt.
Dit is uitleg, geen juridisch advies. Welke regeling op jouw aankopen van toepassing is, hangt af van je facturen — en die verschillen per stuk.
Je zet bij de aankoop één keer vast of een stuk marge of gewone regeling is. Vintro Pro rekent de btw per periode uit en houdt de twee uit elkaar, zonder dat je een tweede lijst moet bijhouden.
Gratis tot 10 stukken, zonder kaartnummer en zonder einddatum.
Ja, in principe wel. Antiquiteiten staan met zoveel woorden in de wet naast gebruikte goederen, kunstvoorwerpen en voorwerpen voor verzamelingen. Maar er is één voorwaarde die sinds 1 januari 2025 zwaarder weegt dan alle andere: er mag bij de aankoop of de invoer geen verlaagd btw-tarief zijn toegepast. Kocht je het stuk van een particulier, zonder btw, dan mag de marge. Voerde je het in aan 6 procent, dan verkoop je het onder de gewone regeling.
Ouderdom, niet stijl. Rubriek XXI van tabel A bij koninklijk besluit nr. 20 omschrijft antiquiteiten als voorwerpen ouder dan honderd jaar. Bij de douane draagt die categorie code 9706. Een commode uit 1890 is dus antiek, een teakkast uit 1962 niet. Die kast valt trouwens ook onder de margeregeling, maar als gewoon gebruikt goed, en daar speelt de regel over het verlaagd tarief niet.
De keuze verdween. Richtlijn (EU) 2022/542 wijzigde artikel 316 van de btw-richtlijn: de winstmargeregeling mag alleen nog wanneer op de levering of de invoer aan de wederverkoper geen verlaagd tarief is toegepast. De lidstaten moesten dat toepassen vanaf 1 januari 2025. België zette het om met de wet van 19 december 2025, Nederland schrapte de aanvullende margeregeling bij inkoop met 9 procent, en Frankrijk hief artikel 297 B van de CGI op.
Nee. Betaalde je bij de invoer of de aankoop het verlaagd tarief, dan verkoop je het stuk onder de gewone btw-regeling. Dat is niet per se slechter: die 6 procent is dan wel aftrekbare btw. Wie op voorhand rekent, kiest bewust tussen twee routes in plaats van er achteraf achter te komen.
In Nederland en Frankrijk wel, want dezelfde Europese richtlijn ligt eronder. Het Verenigd Koninkrijk staat buiten de EU en heeft zijn eigen VAT Margin Scheme, met 16,67 procent op de marge. Daar bestaat de regel over het verlaagd tarief niet, maar wel een ruimere: je mag de margeregeling nooit gebruiken voor een stuk waarvoor je btw aangerekend kreeg.