Oud in de doos is niet hetzelfde als tweedehands. Maar wat een restpartij uit de regeling houdt, is vooral de factuur waarmee je ze kocht.
Een restpartij die je met btw van een bedrijf koopt, valt buiten de regeling.
Een restpartij of showroommodel dat je koopt van een bedrijf dat je btw aanrekent, verkoop je met gewone btw. In België sluit de FOD Financiën nieuwe goederen daarbovenop uit.
Dit is de verwarring die in bijna elke branche terugkomt: een doos die tien jaar in een magazijn stond, voelt als tweedehands. Toch valt ze bijna nooit onder de margeregeling.
De reden is in de vier landen dezelfde: een restpartij koop je van een groothandel, fabrikant of winkel die je btw aanrekent. Wat je met btw gekocht hebt, is geen margegoed. België gaat een stap verder: de FOD Financiën zet nieuwe goederen met naam op de uitsluitingslijst.
De Belgische redenering: een gebruikt goed is een lichamelijk roerend goed dat opnieuw gebruikt kan worden, en wat nooit een eerste keer gebruikt is, kan niet opnieuw gebruikt worden. Nederland en Frankrijk kijken anders naar een nooit gebruikt stuk dat je van een particulier koopt — zie verderop — maar dat is geen restpartij.
Een showroommodel ligt dicht tegen de grens en is precies het geval waar het spannend wordt. Waar die grens ligt en waarom, staat in Is een ongebruikt stuk een tweedehands goed?
“Gebruikte goederen zijn lichamelijke roerende goederen die in aanmerking komen om al dan niet na herstelling opnieuw gebruikt te worden.” Uitgesloten zijn onder meer nieuwe goederen, edele metalen, edelstenen en parels, gerenoveerde goederen, goederen die verbruikt worden bij een eerste gebruik, en goederen die niet opnieuw in dezelfde staat gebruikt kunnen worden.
Dat is de hele toets, en het is een toets over het góéd — niet over de branche waarin je zit. Naast gebruikte goederen noemt de FOD op dezelfde pagina uitdrukkelijk kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen, antiquiteiten en tweedehandse vervoermiddelen. De regeling staat in artikel 58, § 4 van het Btw-Wetboek en is uitgewerkt in koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994.
Het voorbeeld staat op een partij showroommodellen: gekocht voor €800,00, verkocht voor €1.900,00. Zet er je eigen bedragen in.
Verkocht met verlies: op dit stuk is er geen marge en dus geen btw. In België drukt een verlies je marge over het jaar: in de tussentijdvakken trek je alle aankopen van het tijdvak af, verkocht of niet; in het laatste tijdvak reken je met de aankoopprijzen van wat je verkocht (KB nr. 53, art. 3).
De btw zit ín de marge, niet erbovenop. Dat is de fout die deze rekenhulp probeert te voorkomen: 21% óp de marge van dit voorbeeld (€1.100) is €231,00, terwijl je €190,91 verschuldigd bent (1.100 × 21/121). Hoe je dat over een heel aangiftetijdvak doet — en waarom Frankrijk wettelijk per stuk rekent — staat in Hoe bereken je margeBTW?
Twee dingen tellen níét mee: de leeftijd en de prijs. Een collectie uit 2014 die nooit verkocht raakte en die je van een bedrijf met btw koopt, blijft buiten de regeling. En een restpartij is goedkoop omdat niemand ze wilde, niet omdat ze gebruikt is.
De rekenhulp hieronder staat er om te tonen wat de regeling zou opleveren als ze wél gold. Neem hem niet als bevestiging dat ze geldt: op een restpartij die je met btw kocht, draag je btw af over de volle verkoopprijs.
Dat een nieuw goed uitgesloten is, is een Belgische regel van de FOD. In Frankrijk valt een nooit gebruikt stuk dat je van een particulier koopt wel onder de marge (rescrit BOI-RES-TVA-000270 van 19 augustus 2026). Koop je een restpartij van een bedrijf dat je btw aanrekent, dan valt ze in alle vier landen buiten de regeling — niet omdat ze nieuw is, maar omdat er btw op je aankoop stond.
Of restpartijen onder de regeling vallen, volgt in België, Nederland en Frankrijk uit dezelfde Europese btw-richtlijn (2006/112/EG). Het Verenigd Koninkrijk valt daarbuiten en heeft een eigen regeling (VAT Act 1994, sectie 50A). Elk land legt de regels zelf uit; waar dat voor restpartijen verschil maakt, staat het op deze pagina. Het tarief en de rekenmethode verschillen altijd.
Marge over het hele aangiftetijdvak. Artikel 58, § 4 W.btw en KB nr. 53.
Per stuk (Wet OB 1968, art. 28b). Per tijdvak alleen als de inspecteur je op verzoek aanwijst (Uitvoeringsbesluit OB 1968, art. 4c lid 1 b). Is het stuk een antiquiteit of verzamelobject, dan standaard per tijdvak.
Wettelijk per stuk, maar globalisatie per periode mag, zonder voorafgaande keuze. CGI art. 297 A; BOFiP § 260.
Eigen regeling van HMRC, los van de EU. Onder de registratiedrempel draag je niets af.
Kocht je ze van een bedrijf dat je btw aanrekende, dan is ze geen margegoed, hoe oud de doos ook is. In België is nooit gebruikt bovendien nieuw.
Een restpartij is goedkoop omdat niemand ze wilde. Dat maakt ze niet tweedehands.
De FOD vraagt een aparte boekhouding voor margeverkopen, of minstens aparte kolommen.
Bij een gewone aankoop met btw op de factuur trek je die af. Dat is het voordeel dat tegenover de gewone btw op je verkoop staat.
Dit is uitleg, geen belastingadvies. Of de margeregeling in jouw geval de beste keuze is, en hoe je ze in je aangifte verwerkt, leg je voor aan je boekhouder.
Nee, als je ze koopt van een bedrijf dat je btw aanrekent: wat je met btw kocht, valt in geen van de vier landen onder de regeling. In België komt daar bij dat de FOD Financiën nieuwe goederen met naam uitsluit, samen met edele metalen, gerenoveerde goederen en goederen buiten gebruik.
De leeftijd verandert er niets aan. Wat telt is de factuur: stond er btw op, dan is het geen margegoed. In België zegt de omschrijving van een gebruikt goed bovendien dat het goed opnieuw gebruikt moet kunnen worden, en een doos die tien jaar in een magazijn stond, is nooit gebruikt.
Dat is het randgeval waar het echt om gaat, en het hangt af van van wie je het kocht en of het stuk gebruikt is. De volledige redenering staat in het artikel over ongebruikte tweedehandse goederen in de kennisbank.
Met gewone btw over de volle verkoopprijs. Daar staat tegenover dat je de btw op je aankoopfactuur kunt aftrekken, wat bij een margeverkoop juist niet kan.
Dezelfde vraag, een ander soort stuk. Het antwoord verschilt vaker dan je zou denken.
Elk stuk krijgt zijn eigen aankoopprijs, verkoopprijs en regeling. Vintro Pro houdt de margestukken apart van de rest, en rekent je marge per aangiftetijdvak uit.
30 dagen gratis, zonder kaartnummer.