Oud in de doos is niet hetzelfde als tweedehands. Dat verschil kost handelaars geregeld geld, en het staat glashelder op de uitsluitingslijst.
Een nooit gebruikte restpartij is een nieuw goed, en valt buiten de regeling.
Nieuwe goederen staan met naam op de uitsluitingslijst van de FOD. Een restpartij of showroommodel dat nooit gebruikt is, verkoop je met gewone btw.
Dit is de verwarring die in bijna elke branche terugkomt: een doos die tien jaar in een magazijn stond, voelt als tweedehands. Voor de btw is ze dat niet.
De uitsluitingslijst van de FOD Financiën begint met nieuwe goederen. Niet met oude goederen, niet met dure goederen: met nieuwe. En nieuw betekent hier: nooit gebruikt.
De omschrijving van een gebruikt goed draait om hergebruik: een lichamelijk roerend goed dat opnieuw gebruikt kan worden. Dat woord opnieuw is het scharnier. Wat nooit een eerste keer gebruikt is, kan niet opnieuw gebruikt worden.
Een showroommodel ligt daar dicht tegenaan en is precies het geval waar het spannend wordt. Waar die grens ligt en waarom, staat in Is een ongebruikt stuk een tweedehands goed?
“Gebruikte goederen zijn lichamelijke roerende goederen die in aanmerking komen om al dan niet na herstelling opnieuw gebruikt te worden.” Uitgesloten zijn onder meer nieuwe goederen, edele metalen, edelstenen en parels, gerenoveerde goederen, goederen die verbruikt worden bij een eerste gebruik, en goederen die niet opnieuw in dezelfde staat gebruikt kunnen worden.
Dat is de hele toets, en het is een toets over het góéd — niet over de branche waarin je zit. Naast gebruikte goederen noemt de FOD op dezelfde pagina uitdrukkelijk kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen, antiquiteiten en tweedehandse vervoermiddelen. De regeling staat in artikel 58, § 4 van het Btw-Wetboek en is uitgewerkt in koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994.
Het voorbeeld staat op een partij showroommodellen: gekocht voor €800,00, verkocht voor €1.900,00. Zet er je eigen bedragen in.
Verkocht met verlies: er is geen marge, en dus geen af te dragen btw. Een negatieve marge geeft je ook niets terug.
De btw zit ín de marge, niet erbovenop. Dat is de fout die deze rekenhulp probeert te voorkomen: 21% óp een marge van €400 is €84, terwijl je €69,42 verschuldigd bent. Hoe je dat over een heel aangiftetijdvak doet — en waarom Frankrijk wettelijk per stuk rekent — staat in Hoe bereken je margeBTW?
Er is één ding dat níét meetelt: de leeftijd. Een collectie uit 2014 die nooit verkocht raakte, is nog altijd nieuw. Ook de prijs waarvoor je ze kocht doet niet ter zake — een restpartij is goedkoop omdat niemand ze wilde, niet omdat ze gebruikt is.
De rekenhulp hieronder staat er om te tonen wat de regeling zou opleveren als ze wél gold. Neem hem niet als bevestiging dat ze geldt: op een restpartij draag je btw af over de volle verkoopprijs.
De vraag of restpartijen onder de regeling vallen, wordt in de vier landen op dezelfde manier beantwoord: het is Europees recht. Het tarief en de rekenmethode niet.
Marge over het hele aangiftetijdvak. Artikel 58, § 4 W.btw en KB nr. 53.
Globalisatieregeling of individuele methode. Wet OB 1968, artikel 28b e.v.
Wettelijk per stuk. Globalisatie is er een optie, geen basisregel. CGI art. 297 A.
Eigen regeling van HMRC, los van de EU. Onder de registratiedrempel draag je niets af.
Nooit gedragen of nooit gebruikt is nieuw, hoe oud de doos ook is.
Een restpartij is goedkoop omdat niemand ze wilde. Dat maakt ze niet tweedehands.
De FOD vraagt een aparte boekhouding voor margeverkopen, of minstens aparte kolommen.
Bij een gewone aankoop met btw op de factuur trek je die af. Dat is het voordeel dat tegenover de gewone btw op je verkoop staat.
Geschreven op 8 september 2026. De regeling zelf, de omschrijving van een gebruikt goed en de uitsluitingen zijn nagemeten op 8 september 2026 bij de FOD Financiën, Regeling van belastingheffing over de marge, die artikel 58, § 4 van het Btw-Wetboek en KB nr. 53 van 23 december 1994 als grondslag noemt. Sinds 1 januari 2026 sluit de wet van 19 december 2025 de margeregeling uit voor goederen die je met een verlaagd tarief aangekocht hebt — toegelicht in circulaire 2026/C/14 van 13 januari 2026, nagemeten via eur-lex.europa.eu op 31 augustus 2026. De FOD heeft haar eigen pagina daar nog niet op aangepast — opnieuw nagemeten op 10 september 2026. Vindt je boekhouder er niets over terug, dan is dat de reden.
Dit is uitleg, geen belastingadvies. Of de margeregeling in jouw geval de beste keuze is, en hoe je ze in je aangifte verwerkt, leg je voor aan je boekhouder.
Nee. Nieuwe goederen staan met naam op de uitsluitingslijst van de FOD Financiën, samen met edele metalen, gerenoveerde goederen en goederen buiten gebruik. Een restpartij die nooit gebruikt is, is een nieuw goed.
De leeftijd verandert er niets aan. De omschrijving van een gebruikt goed vraagt dat het goed opnieuw gebruikt kan worden, en dat veronderstelt een eerste gebruik. Een doos die tien jaar in een magazijn stond, is nooit gebruikt.
Dat is het randgeval waar het echt om gaat, en het hangt af van of het stuk gebruikt is. De volledige redenering staat in het artikel over ongebruikte tweedehandse goederen in de kennisbank.
Met gewone btw over de volle verkoopprijs. Daar staat tegenover dat je de btw op je aankoopfactuur kunt aftrekken, wat bij een margeverkoop juist niet kan.
Dezelfde vraag, een ander soort stuk. Het antwoord verschilt vaker dan je zou denken.
Elk stuk krijgt zijn eigen aankoopprijs, verkoopprijs en regeling. Vintro Pro houdt de margestukken apart van de rest, en rekent je marge per aangiftetijdvak uit.
Gratis tot 10 stukken, zonder kaartnummer en zonder einddatum.