Een stofjas en veiligheidsschoenen wel. Een kostuum voor de beurs nergens. En een sweater met je logo erop alleen in Nederland — als dat logo groot genoeg is. Elke regel hieronder komt uit de wet of de administratie van het land zelf.
Het korte antwoord is in alle vier de landen hetzelfde.
Kledij die je ook buiten je werk kunt dragen, trek je niet af — ook niet als je ze alleen voor je werk draagt. Kledij die je buiten je werk niet draagt, zoals een overall, een stofjas of veiligheidsschoenen, trek je wel af. Dat geldt in België, Nederland, Frankrijk en het VK.
Het verschil zit in één ding: het logo. Nederland telt een sweater of polo met een groot genoeg logo mee als werkkleding. De drie andere landen doen dat niet. Deze pagina gaat over je winst — de inkomsten- of vennootschapsbelasting — niet over de btw.
Een antiekhandelaar draagt grofweg drie soorten kledij voor zijn zaak: iets om in te sjouwen, iets met de naam van de zaak op de markt, en iets netjes voor de beurs of de veiling.
| Kledingstuk | BE | NL | FR | VK |
|---|---|---|---|---|
| Overall, stofjas, veiligheidsschoenen, werkhandschoenen | Jabijzondere beroepskledij | Jawerkkleding | Javêtement de travail spécial | Japrotective clothing |
| Sweater of polo met het logo van je zaak | Neevrijetijdskledij, logo telt niet | Ja, alslogo’s samen ≥ 70 cm² | Neegeen tekst over een logo | Neeeveryday clothing |
| Kostuum of nette kleren voor de beurs | Neestads- en ceremoniekledij | Neeook buiten de zaak draagbaar | Neekledij van de vie courante | NeeMallalieu v Drummond |
Een logo maakt van een sweater geen overall. Drie van de vier landen zeggen daar niets over, en dan blijft de grondregel staan: je kunt hem ook privé dragen. Alleen Nederland schreef een uitzondering uit.
de wet noemt geen logo — art. 53, 7° WIB 92
duidelijk zichtbaar, van de zaak — art. 7 URIB 2001
geen tekst over een logo — BOFiP BNC § 310
BIM37910 noemt geen logo
Hoe groot is 70 cm²? Een logo van 10 bij 7 centimeter, ongeveer een bankkaart en een half. De Nederlandse regel zegt “tezamen”: een logo op de borst en een op de mouw tel je dus op. Het beeldmerk moet duidelijk zichtbaar zijn en naar je onderneming verwijzen.
Artikel 53, 7° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zegt dat niet als beroepskosten gelden:
“kosten voor kledij, tenzij het specifieke beroepskledij betreft, a) die door de reglementering op de arbeidsbescherming of door een collectieve arbeidsovereenkomst als werkkledij wordt opgelegd, of b) die als bijzondere kledij bij het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid wordt gedragen, daaraan is aangepast en wegens de aard van de beroepswerkzaamheid verplicht, noodzakelijk of gebruikelijk is, in beide gevallen met uitsluiting van kledij die in het priveleven doorgaans als stads-, avond-, ceremonie-, reis- of vrijetijdskledij wordt aangemerkt of als zodanig dient”
Twee wegen dus: opgelegd (door de arbeidsbescherming of een cao), of bijzondere kledij die bij je werk hoort. Werkhandschoenen en veiligheidsschoenen om kasten te sjouwen passen daarin. Maar de laatste zin is een grendel op allebei: wat je ook als stads- of vrijetijdskledij kunt dragen, valt erbuiten. Een sweater is vrijetijdskledij, en de wet maakt geen uitzondering voor een logo. Een kostuum voor de beurs is stadskledij.
Artikel 3.16 van de Wet inkomstenbelasting 2001 sluit kleding uit, “met uitzondering van werkkleding”. Werkkleding is kleding die uitsluitend of bijna uitsluitend geschikt is om voor je onderneming te dragen, zoals een uniform of een overall.
Artikel 7 van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 voegt eraan toe: gewone kleding telt toch als werkkleding als ze “is voorzien van een of meer duidelijk zichtbare, aan de onderneming gebonden beeldmerken met een oppervlakte van tezamen ten minste 70 cm2”. Die 70 cm² staat dus in de Nederlandse regeling, niet in de Belgische wet — al circuleert hij ook op Belgische sites.
De Franse administratie schrijft het uit voor de vrije beroepen, in het BOFiP (BOI-BNC-BASE-40-60-60, § 310): kledij is alleen aftrekbaar als het gaat om vêtements de travail spéciaux, zoals de toga van een advocaat. “Aucune déduction ne saurait en revanche être admise lorsque les vêtements ne se distinguent pas de ceux portés dans les circonstances courantes de la vie.”
Voor een handelaar (winst als BIC) bestaat er geen aparte tekst over kledij; daar geldt de algemene regel dat een kost in het directe belang van de zaak moet zijn. Over een logo zegt geen van beide iets.
GOV.UK somt op wat een zelfstandige mag inbrengen: uniforms, protective clothing needed for your work en kostuums voor acteurs. En meteen erna: “You cannot claim for everyday clothing (even if you wear it for work).”
HMRC legt in zijn handboek (BIM37910) uit waarom: sinds de zaak Mallalieu v Drummond is kledij die deel uitmaakt van een alledaagse garderobe niet aftrekbaar, ook als je kunt tonen dat je ze alleen voor je werk draagt.
Dat telt in geen van de vier landen. Het gaat erom of je het óók privé kán dragen, niet of je het doet.
Die drempel staat in de Nederlandse Uitvoeringsregeling, niet in het Belgische wetboek. In België maakt een logo een sweater niet aftrekbaar.
België noemt stads- en ceremoniekledij letterlijk; het VK en Frankrijk sluiten alledaagse kledij uit. Ook voor een grote vakbeurs.
Nagemeten op 28 september 2026, telkens bij de bron zelf. België: artikel 53, 7° WIB 92, via de Vlaamse Codex en Fisconetplus. Nederland: artikel 3.16 Wet IB 2001 en artikel 7 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, via wetten.overheid.nl, en de pagina Kosten voor werkkleding van de Belastingdienst. Frankrijk: BOI-BNC-BASE-40-60-60, § 310, en BOI-BIC-CHG-10, via bofip.impots.gouv.fr. VK: Expenses if you’re self-employed → Clothing op GOV.UK en HMRC Business Income Manual BIM37910.
Dit is uitleg over je administratie, geen fiscaal advies. Twijfel je over een concreet stuk kledij, leg het dan voor aan je boekhouder, met het artikelnummer erbij.
Alleen specifieke beroepskledij. Artikel 53, 7° WIB 92 sluit kosten voor kledij uit, tenzij de kledij opgelegd wordt door de reglementering op de arbeidsbescherming of een cao, of bijzondere kledij is die aangepast is aan het werk en wegens de aard ervan verplicht, noodzakelijk of gebruikelijk is. Kledij die in het privéleven als stads-, avond-, ceremonie-, reis- of vrijetijdskledij doorgaat, valt er altijd buiten.
In Nederland wel, als de logo's samen minstens 70 cm² beslaan en naar je onderneming verwijzen: dat staat in artikel 7 van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001. In België, Frankrijk en het VK maakt een logo geen verschil: geen van de drie teksten noemt het, en een sweater blijft kledij die je ook privé draagt.
Nee, in geen van de vier landen. België noemt stads- en ceremoniekledij letterlijk als uitgesloten. Het VK zegt dat alledaagse kledij niet aftrekbaar is, ook niet als je ze alleen voor je werk draagt. Frankrijk aanvaardt geen aftrek voor kledij die niet verschilt van wat je in het gewone leven draagt.
Beschermende kledij en echte werkkledij: een overall, een stofjas, veiligheidsschoenen, werkhandschoenen voor het verhuizen van meubels. Dat geldt in alle vier de landen, telkens omdat je die kledij buiten je werk niet draagt.
Vintro Pro houdt bij elk stuk de aankoopprijs, de datum en de factuur bij. Zo weet je bij de aangifte wat je verdiende — stuk per stuk.
Gratis tot 10 stukken, zonder kaartnummer en zonder einddatum.