Niet het tarief is anders dan in België, maar de volgorde. Nederland trekt eerst af, stelt dan vrij, en belast pas daarna.
Deze pagina rekent voor Nederland. De tarieven, drempels en verplichtingen hieronder gelden voor een zaak die bij de KVK is ingeschreven. Het Belgische recht, het Franse en het Britse staan op een eigen pagina: dat zijn vier verschillende stelsels, geen vier vertalingen.
De vraag is niet “hoeveel winst maak ik”, maar “wat blijft daar na drie stappen van over”.
Een werknemer denkt in netto. Een antiekhandelaar in Nederland moet in drie stappen denken die elk op het resultaat van de vorige werken: eerst gaat de ondernemersaftrek van je winst af, dan wordt 12,7 % van wat overblijft vrijgesteld, en pas dat laatste bedrag gaat in box 1.
De zelfstandigenaftrek is meer dan gehalveerd. In 2025 was ze nog € 2.470, in 2026 nog € 1.200. Wie met een blog of rekentool van vorig jaar werkt, rekent zichzelf rijk.
Dat is het verschil met België: daar slaan de sociale bijdragen recht op je winst. In Nederland gaat er eerst van alles af vóór er belast wordt — maar wat er afgaat, krimpt elk jaar.
Voor een eenmanszaak die koopt en doorverkoopt — de antiekhandelaar, de vintagewinkel, de handelaar op de antiekmarkt — ziet de rekening er zo uit.
Dat schijf 1 voor driekwart uit premies bestaat, is het punt waarop een Belgische lezer zich vergist. Het lijkt een hoog belastingtarief; het is grotendeels je sociale zekerheid, die in België als aparte bijdrage op de rekening staat.
Een antiekhandelaar met een eenmanszaak, hoofdberoep, onder de AOW-leeftijd, geen ander inkomen en geen fiscale partner. Hij haalt € 60.000 omzet en betaalde € 20.000 voor de verkochte stukken.
| Omzetwat de klanten betaald hebben | € 60.000 |
| Inkoop van de verkochte stukkenwat je ervoor betaalde | − € 20.000 |
| Vaste kostenstandgeld, bus, verzekering, telefoon | − € 6.000 |
| Winst uit ondernemingwaar de Nederlandse rekening pas begint | € 34.000 |
| Zelfstandigenaftrekstap 1 — alleen bij 1.225 uur of meer | − € 1.200 |
| MKB-winstvrijstellingstap 2 — 12,7 % van € 32.800, niet van € 34.000 | − € 4.166 |
| Belastbare winststap 3 — dit gaat in box 1 | € 28.634 |
| Box 1, schijf 135,75 % van € 28.634 | € 10.237 |
| Algemene heffingskortingvolledig, want onder € 29.736 | − € 3.115 |
| Arbeidskortinggeldt ook voor winst uit onderneming | − € 5.354 |
| Inkomstenbelastingwat er na de kortingen overblijft | − € 1.768 |
| Bijdrage Zvw4,85 % over de belastbare winst, apart van box 1 | − € 1.389 |
| Wat je overhoudtongeveer € 2.570 per maand | € 30.843 |
Per week moet je daarvoor elke week van het jaar voor ongeveer € 1.150 verkopen. Gaan je stukken gemiddeld weg aan € 120, dan is dat een tiental stuks per week — en één kast van € 600 telt even hard als vijf kleine voorwerpen.
Precies dezelfde cijfers leveren in Frankrijk ongeveer € 25.982 op in plaats van € 30.843. Niet omdat Frankrijk zwaarder belast, maar omdat de bijdragen daar op je omzet slaan en niet op je winst. Wie duur koopt en duur verkoopt, wordt daar afgestraft.
De AOW loopt door, maar daar stopt het. Er is geen werkgever die een pensioen opbouwt: wie meer wil dan de AOW, legt zelf opzij of sluit een lijfrente. De fiscale ruimte daarvoor hangt af van je winst van vóór de aftrekken.
Val je stil, dan vallen je inkomsten met je stil. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is niet verplicht en niet goedkoop, maar ze is het enige vangnet dat je zelf kan regelen.
Dat is de echte eigenaardigheid van het vak. Een goede maand op de markten betekent dat je veel gekocht hebt, en dus dat je rekening leeg staat. Voorzie genoeg om drie tot zes maanden te leven zonder één stuk te verkopen.
Één punt dat vaak vergeten wordt: verkoop je via een online platform, dan geeft dat je verkopen door aan de fiscus vanaf 30 verkopen of 2.000 euro per jaar — nog voor je zelf iets ingeschreven hebt. Wat die melding betekent, en wanneer je écht handelaar bent.
De inschrijving in het Handelsregister regelt meteen je btw-identificatienummer bij de Belastingdienst. Kies je SBI-code ruim genoeg: detailhandel in tweedehands goederen, en markthandel als je van plan bent een kraam te houden.
Het urencriterium van 1.225 uur per jaar is de voorwaarde voor de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek. Dat zijn ruim 23 uur per week, het hele jaar door. Inkopen, restaureren, foto’s maken, boekhouden en rijden tellen mee — maar alleen als je ze kan aantonen. Een urenregistratie achteraf reconstrueren is precies wat bij een controle misloopt.
Dat is de verplichting die nieuwe handelaren te laat ontdekken. Wie gebruikte goederen inkoopt om door te verkopen, houdt een opkopersregister bij: wat je kocht, wanneer, van wie, en voor hoeveel. Veel gemeenten werken met het Digitaal Opkopersregister, en de politie kijkt erin.
Wat er in dat register moet staan, land per land, staat in wat moet er in je stocklijst staan. En om een aangifteperiode stap voor stap af te sluiten: de handleiding margeBTW per periode.
Koop je van een particulier, dan zat er geen btw op de aankoop: je kan dus niets terugvragen. De margeregeling laat de btw enkel op je marge slaan en niet op de volle verkoopprijs. Nederland rekent de marge per tijdvak en niet per stuk — de globalisatieregeling — en dat is een echt verschil met België.
Meer daarover in wat is de margeregeling btw en wat zijn margegoederen.
Blijf je onder € 20.000 omzet, dan kan je voor de kleineondernemersregeling kiezen: geen btw rekenen, geen btw terugvragen, en geen btw-aangifte. Voor wie vooral van particulieren koopt kan dat gunstig uitvallen, maar je zit er drie jaar aan vast. Reken het door voor je kiest.
Verkoop je via Marktplaats, Vinted, eBay, Etsy of Catawiki, dan geven die platformen je gegevens door aan de fiscus vanaf 30 verkopen of € 2.000 per jaar. Je zolder leegmaken is geen handel; kopen om door te verkopen wél — ook op kleine schaal.
Nagemeten op 2 september 2026 bij de Belastingdienst zelf: de zelfstandigenaftrek van € 1.200 en de startersaftrek van € 2.123, het urencriterium van 1.225 uur, de MKB-winstvrijstelling van 12,7 % berekend ná de ondernemersaftrek, de box 1-schijven (35,75 % tot € 38.883, waarvan 8,10 % belasting en 27,65 % premies; 37,56 % tot € 78.426; 49,50 % daarboven), de bijdrage Zvw van 4,85 % met een maximumbijdrage-inkomen van € 79.409, de algemene heffingskorting van maximaal € 3.115 en de arbeidskorting. De bedragen veranderen elk jaar: klopt er iets niet meer, laat het weten.
Deze pagina rekent voor iemand onder de AOW-leeftijd. Ben je AOW-gerechtigd, dan gelden een lager schijf 1-tarief en een halve zelfstandigenaftrek; die cijfers staan hier bewust niet, omdat ze niet bij de Belastingdienst zelf nagemeten zijn.
Dit is algemene informatie op basis van openbare bronnen, en geen fiscaal of juridisch advies. Leg je eigen situatie altijd voor aan je boekhouder of aan de Belastingdienst.
€ 1.200 zelfstandigenaftrek, dan 12,7 % vrijgesteld, dan 35,75 % in schijf 1, plus 4,85 % Zvw. Dit is wat deze pagina berekent.
plus personenbelasting in vier schijven, en een minimumbijdrage die elk kwartaal verschuldigd is, ook zonder verkoop. Daar is een eigen pagina voor.
niet van de winst, plus belasting op 29 % van de omzet na een forfaitaire aftrek. Daar is een eigen pagina voor.
income tax plus National Insurance klasse 4 op de winst, met een personal allowance. Daar is een eigen pagina voor.
Vintro Pro houdt je voorraad, je aankoopregister en je margeBTW bij, en drukt je etiketten. Precies het papierwerk waar dit artikel over gaat.
Gratis tot 10 stuks, zonder kaartnummer en zonder einddatum.
Bij 60.000 euro omzet, 20.000 euro inkoop en 6.000 euro vaste kosten blijft er in 2026 ongeveer 30.843 euro over, of 2.570 euro per maand. Dat komt neer op ongeveer 1.150 euro verkoop per week, elke week van het jaar.
1.200 euro, tegenover 2.470 euro in 2025. Je krijgt ze alleen als je aan het urencriterium van 1.225 uur per jaar voldoet. Starters kunnen er de startersaftrek van 2.123 euro bij krijgen, in maximaal drie van hun eerste vijf jaren.
Niet in het tarief maar in de volgorde. Nederland trekt eerst de ondernemersaftrek van de winst af, stelt dan 12,7 procent van het restant vrij met de MKB-winstvrijstelling, en belast pas dat bedrag in box 1. Belgie berekent de sociale bijdragen rechtstreeks op de winst.
4,85 procent in 2026, tegenover 5,26 procent in 2025, met een maximumbijdrage-inkomen van 79.409 euro. Die bijdrage staat los van de belasting in box 1.