Boten worden met naam genoemd. En toch is dit de soort waar een tweede regel het vaakst roet in het eten gooit.
Tweedehands boten vallen onder de margeregeling.
Tweedehandse vervoermiddelen vallen onder de margeregeling, boten inbegrepen. Let op de Europese regel voor nieuwe vervoermiddelen: ook een gebruikt vaartuig kan daaronder vallen.
De FOD Financiën noemt boten letterlijk in het rijtje tweedehandse vervoermiddelen waarop de regeling van toepassing is, samen met auto's, moto's, caravans, vliegtuigen en helikopters.
Wat deze soort lastig maakt, is dat boten vaker dan gemiddeld over de grens verkocht worden. En dan komt er een tweede regel bij die de margeregeling opzij kan zetten.
Een vaartuig dat je van een particulier koopt, nakijkt en doorverkoopt, is een gebruikt goed dat na herstelling opnieuw gebruikt kan worden. Nieuwe zeilen, een gereviseerde motor of een geschilderde romp veranderen daar niets aan.
Koop je van een handelaar met btw op de factuur, dan is het een gewone aankoop met aftrek. Die keuze valt bij de aankoop.
“Gebruikte goederen zijn lichamelijke roerende goederen die in aanmerking komen om al dan niet na herstelling opnieuw gebruikt te worden.” Uitgesloten zijn onder meer nieuwe goederen, edele metalen, edelstenen en parels, gerenoveerde goederen, goederen die verbruikt worden bij een eerste gebruik, en goederen die niet opnieuw in dezelfde staat gebruikt kunnen worden.
Dat is de hele toets, en het is een toets over het góéd — niet over de branche waarin je zit. Naast gebruikte goederen noemt de FOD op dezelfde pagina uitdrukkelijk kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen, antiquiteiten en tweedehandse vervoermiddelen. De regeling staat in artikel 58, § 4 van het Btw-Wetboek en is uitgewerkt in koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994.
Het voorbeeld staat op een tweedehands zeilboot: gekocht voor €11.000,00, verkocht voor €15.500,00. Zet er je eigen bedragen in.
Verkocht met verlies: op dit stuk is er geen marge en dus geen btw. In België drukt een verlies je marge over het jaar: in de tussentijdvakken trek je alle aankopen van het tijdvak af, verkocht of niet; in het laatste tijdvak reken je met de aankoopprijzen van wat je verkocht (KB nr. 53, art. 3).
De btw zit ín de marge, niet erbovenop. Dat is de fout die deze rekenhulp probeert te voorkomen: 21% óp de marge van dit voorbeeld (€4.500) is €945,00, terwijl je €780,99 verschuldigd bent (4.500 × 21/121). Hoe je dat over een heel aangiftetijdvak doet — en waarom Frankrijk wettelijk per stuk rekent — staat in Hoe bereken je margeBTW?
Bij een levering aan een koper in een ander EU-land beslist de Europese regel voor nieuwe vervoermiddelen mee. Een boot langer dan 7,5 meter geldt daar als nieuw vervoermiddel als hij binnen drie maanden na de eerste ingebruikneming geleverd wordt, of als hij niet meer dan 100 uur gevaren heeft (btw-richtlijn 2006/112/EG, artikel 2, lid 2). Dat is geen detail: ze staat los van de margeregeling en gaat erboven.
Verder gelden de gewone uitsluitingen. Een casco dat je koopt om te slopen valt onder goederen buiten gebruik, en een romp die je zo grondig ombouwt dat het bij de verkoop een ander vaartuig is, raakt de uitsluiting van sterk bewerkte goederen.
Of boten onder de regeling vallen, volgt in België, Nederland en Frankrijk uit dezelfde Europese btw-richtlijn (2006/112/EG). Het Verenigd Koninkrijk valt daarbuiten en heeft een eigen regeling (VAT Act 1994, sectie 50A). Elk land legt de regels zelf uit; waar dat voor boten verschil maakt, staat het op deze pagina. Het tarief en de rekenmethode verschillen altijd.
Marge over het hele aangiftetijdvak. Artikel 58, § 4 W.btw en KB nr. 53.
Standaard per tijdvak (globalisatie, Uitvoeringsbesluit OB 1968, art. 4c lid 1). Afmelden kan schriftelijk bij de inspecteur, voor minstens vijf jaar.
Wettelijk per stuk, maar globalisatie per periode mag, zonder voorafgaande keuze. CGI art. 297 A; BOFiP § 260.
Eigen regeling van HMRC, los van de EU. Onder de registratiedrempel draag je niets af.
Een boot langer dan 7,5 meter is nieuw binnen drie maanden na de eerste ingebruikneming of tot 100 gevaren uren. Ze overrulet de margeregeling.
De marge is verkoopprijs min aankoopprijs. Bij boten is de refit vaak duurder dan het schip, maar hij verlaagt je marge niet.
Rekende je leverancier je btw aan, dan is het vaartuig geen margegoed, ook als je die btw niet aftrok.
Een margefactuur draagt geen btw-bedrag. Bij deze bedragen is dat een dure fout.
Dit is uitleg, geen belastingadvies. Of de margeregeling in jouw geval de beste keuze is, en hoe je ze in je aangifte verwerkt, leg je voor aan je boekhouder.
Ja. De FOD Financiën noemt boten uitdrukkelijk in het rijtje tweedehandse vervoermiddelen waarop de regeling van belastingheffing over de marge van toepassing is. De grondslag is artikel 58, § 4 van het Btw-Wetboek en koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994.
Dan komt de Europese regel voor nieuwe vervoermiddelen erbij. Een boot langer dan 7,5 meter is nieuw als hij binnen drie maanden na de eerste ingebruikneming geleverd wordt of niet meer dan 100 uur gevaren heeft (btw-richtlijn 2006/112/EG, artikel 2, lid 2). Die regel staat los van de margeregeling en gaat erboven. Kijk ze na vóór je factureert.
Nee. De marge is het verschil tussen je verkoopprijs en de aankoopprijs die je aan je leverancier betaalde. Werk, materiaal en ligplaats staan daarbuiten.
In België €780,99. De marge is €4.500, en €4.500 × 21/121 geeft €780,99.
Dezelfde vraag, een ander soort stuk. Het antwoord verschilt vaker dan je zou denken.
Elk stuk krijgt zijn eigen aankoopprijs, verkoopprijs en regeling. Vintro Pro houdt de margestukken apart van de rest, en rekent je marge per aangiftetijdvak uit.
30 dagen gratis, zonder kaartnummer.